ECLI:NL:RBNNE:2025:5862

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
84-017221-21
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van vergoeding rechtsbijstandskosten na vrijspraak in strafzaak

Verzoekster is bij onherroepelijk vonnis vrijgesproken in de strafzaak met parketnummer 84-017221-21. Zij verzocht vervolgens om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand die zij in deze zaak heeft gemaakt, alsmede de kosten voor het indienen van het verzoek.

Hoewel de zaak formeel was gevoegd met een andere zaak waarin wel een veroordeling werd uitgesproken, oordeelt de rechtbank dat billijkheidshalve de kosten voor de vrijgesproken zaak vergoed moeten worden. De rechtbank volgt hiermee niet het standpunt van het Openbaar Ministerie dat het verzoek moet worden afgewezen vanwege de voeging.

De rechtbank stelt vast dat de gedeclareerde werkzaamheden uitsluitend betrekking hebben op de vrijgesproken zaak en dat het gehanteerde uurtarief billijk is. Daarom wordt het gevraagde bedrag van €14.918,20 aan rechtsbijstandkosten plus €280,- voor het indienen van het verzoek toegekend. De beslissing kan in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: De rechtbank kent verzoekster een vergoeding van €15.198,20 toe voor gemaakte rechtsbijstandskosten na vrijspraak.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Strafrecht
Locatie Assen
parketnummer : 84-017221-21
raadkamernummer : 25-006503
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoekster] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende aan [adres] ,
in deze zaak woonplaats kiezen ten kantore van haar advocaat aan de [adres] , hierna te noemen: verzoekster.
Advocaat: mr. P. Koops, advocaat te Groningen.

Procesverloop

Bij onherroepelijk vonnis van de meervoudige economische kamer van 10 december 2024 is verzoekster vrijgesproken in de zaak met parketnummer 84-017221-21.
Op 3 maart 2025 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek ingekomen strekkende tot een vergoeding van:
-
de kosten van rechtsbijstand die door verzoekster zijn gemaakt ten gevolge van de tegen haar gevoerde strafzaak tot een bedrag van 14.918,20 (exclusief btw);
- de kosten voor het opstellen en het indienen van dit verzoek tot een bedrag van 280,- (exclusief btw),
te vermeerderen in geval van een behandeling ter zitting.
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift, het standpunt van de officier van justitie van 10 april 2025, de reactie van de advocaat van 8 mei 2025, de reactie van de officier van justitie van 3 oktober 2025 en de nadere berichtgeving van de advocaat van 1 en 2 december 2025.
De rechtbank heeft met toestemming van de advocaat en de officier van justitie besloten tot een schriftelijke afdoening van het verzoekschrift.

Beoordeling

Bij voornoemd vonnis van de meervoudige economische kamer is verzoekster niet alleen vrijgesproken in de zaak met parketnummer 84-017221-21, maar ook veroordeeld in de zaak met parketnummer 84-011727-23, welke parketnummers ter terechtzitting zijn gevoegd. Hoewel de zaak door voeging formeel niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel - hetgeen volgens het Openbaar Ministerie tot afwijzing van het verzoek zou moeten leiden - acht de rechtbank gronden van billijkheid aanwezig om de rechtsbijstandskosten te vergoeden die gemaakt zijn ten behoeve van het parketnummer dat geëindigd is zonder straf of maatregel. Immers, als de zaken afzonderlijk behandeld zouden zijn - hetgeen gelet op het verloop van tijd tussen het ontstaan van beide verdenkingen goed mogelijk was geweest - dan zouden de rechtsbijstandskosten voor onderhavig parketnummer ook voor vergoeding in aanmerking zijn gekomen. Vasthouden aan het door het Openbaar Ministerie aangehaalde zaaksbegrip van de Hoge Raad zou in onderhavig geval dan ook tot een onbillijke uitkomst leiden. In de lagere rechtspraak wordt vanuit billijkheidsoverwegingen dan ook vaker flexibel omgegaan met het vergoeden van advocaatkosten wanneer bij gevoegde zaken één van die zaken in een vrijspraak eindigt.
Voorts is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat voldoende onderbouwd is dat de gedeclareerde werkzaamheden enkel zien op parketnummer 84-017221-21 en dat in onderhavig verzoek geen werkzaamheden uit parketnummer 84-011727-23 zijn meegenomen. Ten aanzien van de gemaakte kosten van rechtsbijstand onder laatstgenoemd parketnummer zal een afzonderlijk verzoek bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kunnen worden ingediend. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het gehanteerde uurtarief gelet op de aard van deze zaak en het forum waar de zaak is behandeld billijk is.
De rechtbank zal het gevraagde bedrag van 14.918,20 (exclusief btw) dan ook toewijzen.
De rechtbank zal voorts, conform de LOVS-richtlijnen, als kosten voor het indienen van het verzoekschrift een vergoeding toekennen van 280,-, te weten de forfaitaire vergoeding exclusief btw nu het een B.V. betreft.

Beslissing

De rechtbank kent aan verzoekster ten laste van de Staat een vergoeding toe van 15.198,20.
Deze beslissing is gegeven door mr. G. Eelsing, rechter, bijgestaan door mr. L. Lamers, griffier.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van 15.198,20 (zegge: vijftienduizendhonderdachtennegentig euro en twintig eurocent), over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden TRIP Advocaten onder vermelding van “ [verzoekster] B.V. vs OM [nummer] ”.