ECLI:NL:RBNNE:2025:5863

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
96-133760-21
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 164 Wegenverkeerswet 1994Art. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding wegens onduidelijkheid ijking snelheidscontrole-apparaat

Verzoeker werd verdacht van een snelheidsovertreding waarbij een snelheidsoverschrijding van 61 km/h werd vastgesteld met een lasergun. Het Openbaar Ministerie seponeerde de zaak omdat het vervolgingsrecht ontbrak, maar verzoeker vorderde schadevergoeding wegens de invordering van zijn rijbewijs en gemaakte kosten.

De rechtbank constateerde dat de NMI-verklaring, het ijkingscertificaat van het snelheidscontrole-apparaat, ontbrak in het dossier. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de lasergun geldig was geijkt. Gezien de onschuldpresumptie en de marginale toets in deze schadevergoedingsprocedure, gaf de rechtbank verzoeker het voordeel van de twijfel.

De rechtbank kende daarom een vergoeding toe van in totaal €3.414,28, bestaande uit schade door invordering rijbewijs, reiskosten en kosten rechtsbijstand. Een extra vergoeding voor de schriftelijke reactie van de advocaat werd afgewezen omdat dit gebruikelijk is in dergelijke procedures.

De beslissing is gegeven door rechter J. de Vroome en griffier L. Lamers. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel het Openbaar Ministerie als verzoeker binnen de wettelijke termijnen.

Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een schadevergoeding toe wegens het ontbreken van de NMI-verklaring bij de snelheidsmeting.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Assen
parketnummer : 96-133760-21
raadkamernummer : 25-012109 en 25-012110
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en ex artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker.
Advocaat: mr. J.H.L. Antonides, advocaat te Roermond.

Procesverloop

Het Openbaar Ministerie heeft op 11 februari 2025 de onderhavige strafzaak geseponeerd met als reden dat de officier van justitie geen vervolgingsrecht (meer) heeft.
Op 9 mei 2025 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek ingekomen strekkende tot een vergoeding van:
- de schade van verzoeker als gevolg van de invordering van zijn rijbewijs tot een bedrag van 330,-;
  • door verzoeker gemaakte reiskosten ter hoogte van 82,88;
  • de kosten van rechtsbijstand die door verzoeker zijn gemaakt ten gevolge van de tegen hem gevoerde
strafzaak tot een bedrag van 2.661,40;
- de kosten voor het opstellen en in het indienen van dit verzoek tot een bedrag van 340,-, eventueel te
vermeerderen in het geval van een zitting.
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift, het standpunt van de officier van justitie van 15 mei 2025, de reactie van de advocaat van 18 juli 2025 en de nadere toelichtingen van de advocaat van 22 augustus 2025 en 19 november 2025.
De rechtbank heeft met toestemming van de advocaat en de officier van justitie besloten tot een schriftelijke afdoening van het verzoekschrift.

Beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht. Ingevolge het bepaalde in artikel 534 Sv Pro heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Verzoeker werd verdacht van een snelheidsovertreding. Door verbalisanten is een snelheidsoverschrijding van 61 km/h geconstateerd. Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat, nu deze snelheidsoverschrijding is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidscontrole-apparaat, verzoeker zichzelf in een situatie heeft gebracht waarin de verdenking op hem is gevallen en die ertoe zou kunnen leiden, en er ook toe heeft geleid, dat hij zijn rijbewijs heeft moeten inleveren. Het verzoek dient daarom afgewezen te worden, aldus het Openbaar Ministerie.
Door verzoeker wordt de verdenking echter gemotiveerd betwist. Door en namens verzoeker is immers gesteld dat uit het dossier enkel bleek dat de gebruikte lasergun was geijkt op 24 november 2020, maar niet tot welke datum deze ijking gold, zodat niet kon worden vastgesteld dat de lasergun geijkt was.
Daarnaast bevond de NMI-verklaring (het ijkingscertificaat) zich niet in het dossier.
De rechtbank stelt vast dat de NMI-verklaring inderdaad ontbreekt in het dossier. Hoewel het een feit van algemene bekendheid is dat de ijking van een snelheidscontrole-apparaat een jaar geldig is, kan er gelet op het ontbreken van de NMI-verklaring niet zonder meer vanuit worden gegaan dat sprake is van een geldige meting. Gelet op de met het oog op de onschuldpresumptie marginale toets waaraan de rechtbank in onderhavige schadevergoedingsprocedure is gebonden, verdient verzoeker het voordeel van de twijfel en zal de rechtbank de gevraagde vergoedingen toewijzen.
De rechtbank zal voorts, conform de LOVS-richtlijnen, als kosten voor het indienen van het verzoekschrift, een vergoeding inclusief BTW toekennen van 340,-. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de door de advocaat gevraagde extra vergoeding van 340,- toe te kennen voor de extra schriftelijke reactie. In schadevergoedingszaken als de onderhavige is het zeer gebruikelijk dat door partijen over en weer schriftelijk op elkaar wordt gereageerd en naar het oordeel van de rechtbank is niet dusdanig vaak over en weer gecorrespondeerd dat een extra vergoeding gerechtvaardigd zou zijn.

Beslissing

De rechtbank:
  • kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van 3.414,28
  • wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven door mr. J. de Vroome, rechter, bijgestaan door mr. L. Lamers, griffier.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.

BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING

De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van 3.414,28 (zegge: drieduizendvierhonderdveertien euro en achtentwintig eurocent), over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Hameleers Antonides Advocaten, onder vermelding van “ [nummer] / [verzoeker] /CVOM”.