Verzoeker werd verdacht van een snelheidsovertreding waarbij een snelheidsoverschrijding van 61 km/h werd vastgesteld met een lasergun. Het Openbaar Ministerie seponeerde de zaak omdat het vervolgingsrecht ontbrak, maar verzoeker vorderde schadevergoeding wegens de invordering van zijn rijbewijs en gemaakte kosten.
De rechtbank constateerde dat de NMI-verklaring, het ijkingscertificaat van het snelheidscontrole-apparaat, ontbrak in het dossier. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de lasergun geldig was geijkt. Gezien de onschuldpresumptie en de marginale toets in deze schadevergoedingsprocedure, gaf de rechtbank verzoeker het voordeel van de twijfel.
De rechtbank kende daarom een vergoeding toe van in totaal €3.414,28, bestaande uit schade door invordering rijbewijs, reiskosten en kosten rechtsbijstand. Een extra vergoeding voor de schriftelijke reactie van de advocaat werd afgewezen omdat dit gebruikelijk is in dergelijke procedures.
De beslissing is gegeven door rechter J. de Vroome en griffier L. Lamers. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel het Openbaar Ministerie als verzoeker binnen de wettelijke termijnen.