ECLI:NL:RBNNE:2025:587
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor brandstichting en vernielingen met PIJ-maatregel
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 februari 2025 een minderjarige verdachte veroordeeld voor drie strafbare feiten: brandstichting op 6 mei 2024 in een speelloods waarbij een forse brand ontstond, en twee vernielingen op 22 en 31 mei 2024. De verdachte heeft karton, plastic, gras en takjes in brand gestoken, wat leidde tot aanzienlijke materiële schade en omzetderving. Daarnaast vernielde hij een afzuigkap en diverse goederen in een instelling, waaronder een wasbak en toilet, met waterschade tot gevolg.
De rechtbank achtte de vernieling van de vaas, tafel en deur niet bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. De bewezenverklaringen betroffen de brandstichting, vernieling van de afzuigkap en vernieling van het slot, ventilator, wasbak en toilet. Verdachte werd onder het jeugdstrafrecht veroordeeld tot 278 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest en kreeg de PIJ-maatregel opgelegd vanwege zijn stoornissen en het hoge risico op recidive.
De deskundigen concludeerden dat verdachte een normoverschrijdende gedragsstoornis, reactieve hechtingsstoornis, licht verstandelijke beperking en bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling heeft, wat zijn gedragskeuzes beïnvloedde. De rechtbank volgde het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en deskundigen dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel noodzakelijk is voor een intensieve, langdurige behandeling in een beveiligde setting.
De vorderingen tot schadevergoeding van benadeelden werden ingetrokken of niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank gelastte de teruggave van inbeslaggenomen goederen aan verdachte. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 278 dagen jeugddetentie en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel wegens brandstichting en vernielingen.