ECLI:NL:RBNNE:2025:5875
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid verblijfplaats
Verzoeker, die tot maart 2025 een bijstandsuitkering ontving, vroeg op 28 juli 2025 een nieuwe uitkering aan. Het college wees deze aanvraag af omdat verzoeker niet voldeed aan de inlichtingenplicht over zijn woon- en verblijfplaats. Verzoeker verstrekte wisselende en onvolledige informatie, gaf niet alle verblijfadressen prijs en kon het recht op bijstand daardoor niet worden vastgesteld.
Na afwijzing van het bezwaar en het niet in behandeling nemen van een tweede aanvraag op 1 oktober 2025, vroeg verzoeker voorlopige voorzieningen aan. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende controleerbare gegevens had verstrekt over zijn verblijfplaatsen, ondanks herhaalde verzoeken van het college. Ook de financiële transacties en reisbewegingen wezen erop dat verzoeker vaak buiten Groningen verbleef.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college terecht de aanvragen afwees en dat het bezwaar en beroep geen redelijke kans van slagen hebben. De verzoeken om voorlopige voorzieningen werden daarom afgewezen, waardoor de bestreden besluiten in stand blijven.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af wegens onvoldoende duidelijkheid over de verblijfplaats, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.