Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:807

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 maart 2025
Publicatiedatum
5 maart 2025
Zaaknummer
11163983 BU VERZ 24-1313
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen bestuurlijke boete wegens overschrijding maximumsnelheid bromfiets ongegrond verklaard

Op 3 maart 2025 deed de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden mondeling uitspraak in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een bestuurlijke boete opgelegd aan betrokkene wegens het rijden met een bromfiets die de maximumconstructiesnelheid met 11 tot 15 km/h overschreed.

Betrokkene, vertegenwoordigd door een gemachtigde, voerde aan dat de meting onjuist was omdat de verbalisant niet expliciet had aangegeven dat aan alle voorschriften van de handleiding voor de bromfietsrollenbank was voldaan, zoals voldoende koeling van de motor, belasting van de bromfiets met lichaamsgewicht en invloed van bandenspanning. Tevens werd aangevoerd dat artikel 13a lid 2 Wahv in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel.

De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat de verbalisant niet alle details expliciet had benoemd niet leidt tot twijfel aan de juiste uitvoering van de meting. Betrokkene had nagelaten concrete feiten aan te voeren die de juistheid van de meting zouden betwijfelen. De verklaring van de verbalisant dat de meting volgens de geldende aanwijzing was verricht, was voldoende. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de opgelegde sanctie van €159,00 bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens overschrijding van de maximumsnelheid met de bromfiets is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260851500
zaaknummer: 11163983 BU VERZ 24-1313
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 3 maart 2025 in het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door

[betrokkene] (betrokkene),

wonende in [woonplaats],
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl).
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. H. de Ruijter
als griffier : mr. W.B. Jongsma
Gemachtigde en betrokkene zijn niet op de zitting verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. P. Veenstra.
De verweten gedraging is: ‘als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl de bromfiets de maximumconstructiesnelheid overschrijdt 11 t/m 15 km/h’, verricht op 8 september 2023, om 17:21 uur, locatie: IJlsterplein in Sneek, Gemeente Súdwest-Fryslân, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken]. De opgelegde sanctie bedraagt € 159,00 (inclusief administratiekosten).
Gemachtigde voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat uit de verklaring van de verbalisant niet blijkt dat de motor voldoende is gekoeld, dat de verbalisant de meting heeft verricht door de bromfiets met lichaamsgewicht of tegendruk te belasten en welke invloed de bandenspanning heeft gehad op de meting. Daarom kan de gedraging niet worden vastgesteld. Verder is artikel 13a lid 2 wahv in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Volgens de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht is de meting verricht in overeenstemming met de geldende aanwijzing. Dat alle punten niet expliciet zijn benoemd geeft geen reden tot twijfel aan de nauwkeurigheid van de meting.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt:
De beroepsgronden slagen niet. Het enkele feit dat de verbalisant niet expliciet heeft benoemd dat hij aan elk voorschrift van de handleiding voor het gebruik van de bromfietsrollenbank heeft voldaan rechtvaardigt niet de conclusie dat de meting niet op de voorgeschreven wijze is verricht. Het had in dat verband op de weg van betrokkene gelegen om concrete feiten en omstandigheden aan te voeren die twijfel oproepen omtrent de wijze waarop de meting is verricht. Dat heeft hij echter niet gedaan, zodat op voorhand geen reden bestaat tot twijfel aan de juistheid van de meting. De verklaring van de verbalisant dat de meting is verricht volgens de geldende aanwijzing is voldoende. De kantonrechter ziet daarom geen reden eraan te twijfelen dat de gedraging zoals omschreven in de inleidende beschikking is verricht.
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: