Op 3 augustus 2013 ontstond een incident waarbij verdachte met een Alfa Romeo betrokken was bij een botsing en daaropvolgende confrontatie met twee politieverbalisanten op een industrieterrein in Heerenveen.
De verbalisanten verklaarden dat verdachte agressief achteruit reed en vervolgens met hoge snelheid op hen afreed, waarna zij schoten losten. Verdachte stelde dat hij onder schot werd genomen en uit paniek handelde. Diverse getuigen en forensisch onderzoek werden in het dossier opgenomen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het tweede feit en veroordeling voor het eerste feit wegens poging tot doodslag. De verdediging voerde aan dat er geen aanmerkelijke kans was dat verdachte de verbalisanten zou raken en dat verdachte handelde uit paniek na een schotwond.
De rechtbank oordeelde dat cruciale vragen over de exacte positie van de verbalisanten en de snelheid van de auto niet konden worden beantwoord door het dossier. Hierdoor ontbrak voldoende wettig en overtuigend bewijs om poging tot doodslag of zware mishandeling vast te stellen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van beide tenlastegelegde feiten.