Op 23 augustus 2024 heeft verdachte in Leeuwarden meerdere malen met een kinderschaar gestoken richting het hoofd, de hals, de schouders en armen van het slachtoffer. De rechtbank acht bewezen dat verdachte handelde met voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer, maar niet met voorbedachte raad.
De verdediging voerde aan dat sprake was van een opwelling en dat het gebruikte voorwerp een sleutel was, waardoor poging tot doodslag niet bewezen kon worden. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte een schaar gebruikte en dat het handelen niet uit noodweer voortkwam, maar aanvallend was.
Verdachte werd veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het feit en het beperkte strafblad. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €2.500 toegekend aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het incident.