Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 18 juli 2024 van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake een verzoek om inzage. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 12 maart 2025 in zitting, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigde van verweerder aanwezig waren.
Tijdens de zitting zijn afspraken gemaakt waarbij verweerder toezegt binnen 14 dagen inzage te geven op grond van de AVG, binnen 14 dagen te informeren over de mogelijkheid tot volledige dossierinzage en binnen 28 dagen inzage te verlenen in specifieke documenten genoemd in de brief van verzoeker van 6 juli 2024. De voorzieningenrechter oordeelt dat hiermee redelijkerwijs is bereikt wat met de procedure werd beoogd.
Daarom is er geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen en wordt het verzoek afgewezen. Omdat verweerder ter zitting tegemoet is gekomen aan het verzoek, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder het griffierecht van €187,- aan verzoeker moet vergoeden. De uitspraak is gedaan op 19 maart 2025 door voorzieningenrechter H.J. Bastin.