ECLI:NL:RBNNE:2026:1001
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vaststellingsovereenkomst kinderopvangtoeslagen
Eiseres, erkend slachtoffer van de kinderopvangtoeslagenaffaire, diende op 12 december 2024 een bezwaarschrift in tegen de Dienst Toeslagen. Na het indienen van het bezwaar sloot eiseres op 24 april 2025 een vaststellingsovereenkomst met Stichting Gelijkwaardig Herstel, waarin werd afgesproken dat alle lopende procedures tussen partijen worden beëindigd.
Ondanks een ingebrekestelling en verzoek om besluitvorming, bleef een besluit uit en stelde eiseres op 28 oktober 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De Dienst Toeslagen verwees naar de vaststellingsovereenkomst waarin expliciet was vastgelegd dat geen verdere bezwaar- of beroepsprocedures zouden worden gevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de bestuursrechter niet bevoegd is om de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst te toetsen en dat eiseres deze buitengerechtelijk of via de civiele rechter moet aanvechten. Omdat de vaststellingsovereenkomst een einde maakte aan alle lopende procedures, ontbrak het eiseres aan procesbelang bij het instellen van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door een eerder gesloten vaststellingsovereenkomst.