Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 24 april 2024 in Leeuwarden. Hij betwistte de overtreding en stelde dat hij een agenda vasthield, geen telefoon. De verbalisant verklaarde dat hij betrokkene met een mobiele telefoon in de hand zag en dat het toestel later op de vloer van de auto lag.
Tijdens de zitting op 10 maart 2026 hield betrokkene vol dat hij de overtreding niet had begaan en uitte zijn onvrede over de gang van zaken. De kantonrechter erkende dat de verbalisant niet opzettelijk een onterechte boete gaf, maar achtte het mogelijk dat de agenda voor een telefoon werd aangezien.
Gezien de twijfel over de gedraging en het beginsel dat twijfel in het voordeel van de betrokkene moet worden uitgelegd, verklaarde de kantonrechter het beroep gegrond en vernietigde de boete. Betrokkene krijgt de zekerheidstelling terugbetaald.