Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1008

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
11792429 BU VERZ 25-1529
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen boete wegens niet dragen autogordel door termijnoverschrijding

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het niet dragen van een autogordel op 26 april 2022 in Drachten. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, maar het beroepschrift werd te laat ingediend, namelijk op 12 februari 2025, terwijl de termijn eindigde op 20 december 2023.

Betrokkene voerde aan dat hij in een afkickkliniek in Afrika verbleef en daardoor te laks was met zijn administratie en post, maar deze stelling werd niet onderbouwd en onvoldoende geacht om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen. De kantonrechter benadrukte dat het de verantwoordelijkheid van betrokkene is om bij langdurige afwezigheid voorzieningen te treffen voor de behandeling van post.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het beroep wordt daarom niet inhoudelijk behandeld. Betrokkene wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het te laat indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 250907919
zaaknummer: 11792429 BU VERZ 25-1529

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van

10 maart 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder of passagier geen gebruikmaken van een autogordel’ verricht op 26 april 2022, op de Martin Luther Kingsingel in Drachten, gemeente Smallingerland, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 159,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
Ontvankelijkheid beroep bij de kantonrechter – tijdigheid
3. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. [1] De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. [2]
3.1.
De beroepstermijn eindigde in dit geval op 20 december 2023. Het beroepschrift is digitaal ingediend en gedateerd op 12 februari 2025 en is op diezelfde dag bij de CVOM binnengekomen.
3.2.
Artikel 6:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Hieraan is door betrokkene niet voldaan.
3.3.
Betrokkene heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een overschrijding van de termijn rechtvaardigen. De enkele niet onderbouwde stelling dat hij de afgelopen tijd in een afkickkliniek in Afrika zat en hij te laks is geweest om met zijn boetes, administratie en post bezig te zijn, is daartoe onvoldoende. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene om ervoor te zorgen dat hij bij langdurige afwezigheid een voorziening treft voor adequate behandeling van de post die op het door hem opgegeven adres binnenkomt, zoals het inschakelen van derden. Dat hij dit destijds niet heeft gedaan komt daarom voor zijn eigen rekening en risico. Hoewel de kantonrechter begrijpt dat betrokkene in zijn afkickproces met andere dingen bezig was en het prettig is dat het beter met hem gaat, betekent dat niet dat hij het ontvangen van belangrijke post kan en mag negeren. Er is daarom geen verschoonbare overschrijding van de termijn voor het instellen van beroep bij de kantonrechter. Het beroepschrift zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Artikel 6:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.