ECLI:NL:RBNNE:2026:101

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
LEE 25/1971
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake omgevingsvergunning voor Regionale Opvanglocatie in Leeuwarden

In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, gedaan op 15 januari 2026, heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers afgewezen. Verzoekers, vertegenwoordigd door hun gemachtigde mr. A. Collignon, hadden bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van een Regionale Opvanglocatie (ROL) met 45 woningen voor het COA in Leeuwarden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, vertegenwoordigd door mr. J.J. Hengst en K.I. Thoma, had gereageerd met een verweerschrift. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 juli 2025 behandeld, waarbij verzoekers zich lieten vertegenwoordigen door meerdere gemachtigden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen aanleiding was voor het treffen van een voorlopige voorziening, omdat de rechtbank in een separate uitspraak het beroep van verzoekers gegrond had verklaard en het bestreden besluit had vernietigd. Hierdoor was er geen noodzaak voor een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft ook aangegeven dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling op basis van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, wat betekent dat de omgevingsvergunning voorlopig van kracht blijft.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Bestuursrecht
locatie Groningen
zaaknummer: LEE 25/1971
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 januari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen
1. [verzoeker], in [plaats], verzoeker 1,
2. [verzoeker]in [plaats], verzoeker 2,
hierna gezamenlijk aangeduid als verzoekers,
(gemachtigde: mr. A. Collignon),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, het college,
(gemachtigden: mr. J.J. Hengst en K.I. Thoma).
Als
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster], gevestigd in [vergunninghoudster], vergunninghoudster,
(gemachtigde: [naam]),

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van een Regionale Opvanglocatie (ROL) met 45 woningen voor het COA aan de [adres] (de percelen) in Leeuwarden.
1.1.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 juli 2025 op zitting behandeld. Verzoekers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde, mr. J.H.N. Ypinga, mr. L.D. Glabus, E.M. Tegelaers (chef-staf), S. Dagdelen en F.H.J. Ebinck. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, B. Kroese en Y. de Jong. Vergunninghoudster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Nu de rechtbank bij separate uitspraak van heden in het geding met het procedurenummer LEE 25/989 het beroep van verzoekers gegrond heeft verklaard en het bestreden besluit heeft vernietigd, is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe van verzoekers wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bestaat geen aanleiding.

Conclusie en gevolgen

4. Gelet op de voorgaande overwegingen wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekers af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.