ECLI:NL:RBNNE:2026:1039
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- G. Knuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen invorderingsbesluiten dwangsommen gemeente De Fryske Marren
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen invorderingsbesluiten van dwangsommen opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren. Zij verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van deze besluiten via een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek alleen ziet op de invorderingsbesluiten van 17 en 24 februari 2026, waarbij respectievelijk € 2.500 en € 5.000 zijn ingevorderd wegens overtreding van een last onder dwangsom.
Verzoekster stelde dat de uitvoering van de last en invorderingsbesluiten zou leiden tot substantiële financiële schade, aantasting van het bedrijfsmodel en risico op beëindiging van de onderneming. De voorzieningenrechter onderscheidt echter de gevolgen van het dwangsombesluit van die van de invorderingsbesluiten en oordeelt dat de geschetste gevolgen primair voortvloeien uit het dwangsombesluit.
Verder overweegt de voorzieningenrechter dat een louter financieel belang in beginsel geen reden is voor een voorlopige voorziening, tenzij aannemelijk is dat zonder schorsing de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. Verzoekster heeft dit niet voldoende onderbouwd, ook niet de gestelde noodzaak tot verkoop van grond. De omzet van de nevenactiviteiten is minder dan 10% van de totale omzet, waardoor het financiële belang relatief beperkt is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en vergoedt geen griffierecht of proceskosten. De uitspraak is bindend en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen invorderingsbesluiten dwangsommen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.