ECLI:NL:RBNNE:2026:1056
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen stopzetting pgb door Zorgkantoor
Verzoekster, houdster van een pgb op grond van de Wet langdurige zorg, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Zorgkantoor om haar pgb stop te zetten wegens het niet volledig aanleveren van gevraagde informatie. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om het pgb te laten herleven.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 10 maart 2026, waarbij ook de ouders van verzoekster en de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren. Tijdens de zitting werd duidelijk dat verzoekster inmiddels weet welke informatie het Zorgkantoor nodig heeft en verwacht deze spoedig te overleggen.
Het Zorgkantoor heeft toegezegd het bezwaar met prioriteit te behandelen. Gezien het late stadium van de bezwaarprocedure en de toezegging van het Zorgkantoor, achtte de voorzieningenrechter het niet noodzakelijk een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en gaf aan dat deze beslissing een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor een eventueel bodemgeding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de stopzetting van het pgb wordt afgewezen.