ECLI:NL:RBNNE:2026:1057
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- H.C.L. Vreugdenhil
- W.S. Sikkema
- C.A.M. Veenbaas
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke invrijheidstelling veroordeelde na bezwaar toegekend door rechtbank
Veroordeelde was door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor deelname aan een criminele organisatie en diverse medeplegen van strafbare feiten. Het openbaar ministerie stelde de beslissing over verlening van voorwaardelijke invrijheidstelling uit vanwege een hoog risico op recidive en onveiligheid bij terugkeer naar Oosterwolde.
Veroordeelde diende tijdig bezwaar in tegen deze beslissing, stellende dat de risico-inschatting onvoldoende concreet was onderbouwd en dat het besluit onzorgvuldig en disproportioneel was, mede gezien het familieleven en betalingsregelingen die waren nagekomen.
De rechtbank oordeelde dat de zorgen van de politie over onrust en onveiligheid onvoldoende concreet waren gemotiveerd en dat het openbaar ministerie niet in redelijkheid tot zijn beslissing had kunnen komen. Ook werd meegewogen dat veroordeelde wel buiten Oosterwolde mocht wonen en dat betalingsachterstanden niet als reden mogen gelden voor het uitstellen van vrijheden.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en bepaalde dat veroordeelde per 6 februari 2026 voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar gegrond en bepaalt dat veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld.