ECLI:NL:RBNNE:2026:1065
Rechtbank Noord-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheid
In deze zaak heeft rechter N.A. Baarsma een schriftelijk verzoek tot verschoning ingediend omdat zij onlangs heeft vernomen dat een van de eisende partijen werkzaam is binnen dezelfde rechtbank, wat haar onpartijdigheid zou kunnen beïnvloeden. Hoewel er geen directe collegiale relatie bestaat, acht de rechter de schijn van partijdigheid voldoende reden voor verschoning.
De verschoningskamer heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld, conform artikel 41 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kamer benadrukt dat verschoning dient ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, waarbij ook de uiterlijke schijn van partijdigheid meeweegt.
Gezien de omstandigheden acht de kamer het verzoek gegrond en wijst het toe. Dit betekent dat de hoofdzaak door een andere rechter zal worden voortgezet, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 1 april 2026 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van rechter Baarsma wordt toegewezen en de zaak wordt door een andere rechter voortgezet.