ECLI:NL:RBNNE:2026:1098
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- W.S. Sikkema
- H.C.L. Vreugdenhil
- C.A.M. Veenbaas
- Rechtspraak.nl
Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens hoog recidiverisico
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 24 februari 2026 besloten de terbeschikkingstelling (TBS) van de veroordeelde met twee jaren te verlengen. De veroordeelde is eerder veroordeeld wegens medeplegen van moord en ondergaat sinds 2020 een TBS-maatregel met dwangverpleging. De verlenging volgt op een advies van het behandelteam van de kliniek waar de veroordeelde verblijft, waarin wordt gesteld dat de veroordeelde nog niet voldoende vaardigheden bezit om zelfstandig te wonen en een hoog risico op recidive blijft bestaan.
Tijdens de zitting op 10 februari 2026 bevestigde een deskundige het advies en lichtte toe dat de incidentenanalyse was afgerond en dat het contact van de veroordeelde met zijn vriendin zorgwekkend is. De veroordeelde is teruggeplaatst naar de kliniek na ongeoorloofde afwezigheid en het intrekken van zijn verlofmachtiging. Er is een stappenplan opgesteld voor een mogelijke toekomstige overplaatsing naar een transmurale voorziening, waarvoor een termijn van twee jaren noodzakelijk wordt geacht.
De officier van justitie vorderde de verlenging met twee jaren, terwijl de raadsman pleitte voor een verlenging van één jaar, stellende dat het programma slechts een tijdelijke terugval kende. De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit niet toelaten en dat de behandeling meer tijd vergt dan één jaar. Daarom werd de TBS-maatregel met twee jaren verlengd, conform het advies en de vordering.
De beslissing is genomen op basis van de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht en is uitgesproken door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren vanwege het hoge recidiverisico en onvoldoende draagkracht van de veroordeelde.