Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1099

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
18/730212-18
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging en wijziging voorwaarden wegens recidiverisico en middelengebruik

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 24 februari 2026 besloten de terbeschikkingstelling (TBS) van de veroordeelde te verlengen met één jaar. De maatregel was eerder voorwaardelijk beëindigd, maar op basis van adviezen van de reclassering en een psycholoog is besloten tot verlenging vanwege een gemiddeld recidiverisico en problematisch cannabisgebruik.

De reclassering adviseerde de verlenging en wijziging van de voorwaarden, met name een aangescherpt drugsverbod dat onderscheid maakt tussen harddrugs en softdrugs, waarbij urinecontroles worden ingezet. De psycholoog bevestigde het advies en benadrukte het belang van gestructureerde afbouw van medicatie en cannabisgebruik.

De veroordeelde, gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken en een lichte verstandelijke beperking, heeft ondanks persoonlijke tegenslagen zoals het verlies van familieleden en onzekerheid over werk, laten zien de ingezette koers te kunnen volhouden. De rechtbank achtte de verlenging noodzakelijk voor de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid.

De bijzondere voorwaarden zijn uitgebreid en omvatten onder meer een harddrugsverbod, softdrugscontrole, alcoholverbod, contact- en locatieverboden, en verplichtingen tot ambulante behandeling, dagbesteding en medewerking aan reclasseringstoezicht. De veroordeelde stemde in met de verlenging en wijziging van de voorwaarden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar en wijzigt de bijzondere voorwaarden, waaronder het drugsverbod.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/730212-18
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 24 februari 2026 in de rechtbank Noord-
Nederland
in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , thans verblijvende te: [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde na voorwaardelijke beëindiging zal verlengen met één jaar.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, zijn raadsman mr. A. Allersma, advocaat te Groningen, de officier van justitie
mr. S. Broekstra en de heer R. Nap als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door reclassering Nederland opgemaakte verlengingsadvies voorwaardelijke beëindiging van
23 december 2025 en de voortgangsverslagen van de reclassering.
De rechtbank heeft voorts gelet op het Pro Justitia rapport van mevrouw M. Krops, psycholoog, van 16 januari 2026.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 28 mei 2019 heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, de veroordeelde ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege wegens poging tot zware mishandeling, poging tot afpersing en poging tot diefstal.
De terbeschikkingstelling is aangevangen op 25 februari 2020 en laatstelijk op
11 februari 2025 verlengd met één jaar, waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd.
Het advies van de reclassering
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar en de formulering van de voorwaarde omtrent het drugsverbod te wijzigen. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
Veroordeelde is een thans 42-jarige man die is gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken en een (lichte) verstandelijke beperking. Er is sprake van een lange voorgeschiedenis van verslaving, reclasserings-
contacten en detenties.
Veroordeelde heeft binnen de voorwaardelijke beëindiging van de tbs maatregel laten zien dat hij de reeds ingezette koers vol kan houden en goed in de samenwerking blijft. De afgelopen periode heeft veroordeelde het zwaar gehad met het verlies van zijn moeder, de ziekte van zijn schoonvader en het feit dat hij in de komende periode te horen krijgt of hij een contractverlenging van zijn werk krijgt. De spanningen die dit met zich meebracht, hebben er voor gezorgd dat veroordeelde is teruggevallen in het gebruik van cannabis. Veroordeelde heeft de reclassering hierin meegenomen. Alhoewel het gebruik van cannabis een opmaat zou kunnen zijn naar het gebruik van andere verslavende middelen, lijkt veroordeelde het gebruik hiervan tot nu toe te kunnen beperken naar de momenten waarop hij echt hoge stress ervaart.
Het recidiverisico wordt in de huidige situatie ingeschat als gemiddeld. Deze risicos zouden naar laag/gemiddeld kunnen worden bijgesteld, mocht veroordeelde weer in een rustiger vaarwater terecht komen en wanneer hij eigenhandig kan stoppen met het inzetten van cannabis als stress reducerend middel.
De reclassering acht het passend om veroordeelde nog een jaar langer te begeleiden binnen het kader van de tbs-maatregel. Het komend jaar zal er moeten worden gekeken naar eventuele concrete uitstroommogelijkheden voor veroordeelde. Hiervoor is vanwege het ziekbed van zijn moeder en schoonvader in de afgelopen periode minder aandacht geweest.
De reclassering adviseert naast een verlenging tevens een wijziging van de voorwaarden, nu de huidige formulering van het drugsverbod onvoldoende is om te kunnen werken aan gedragsverandering en
risicobeperking. De reclassering stelt de volgende formulering voor:

Harddrugsverbod

Veroordeelde gebruikt geen harddrugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.
Tevens adviseert de reclassering toevoeging van de voorwaarde van softdrugscontrole. Binnen deze formulering kan de reclassering ruimte geven aan de behoefte van veroordeelde om zijn spanningen te reduceren middels het gebruik van cannabis. Daarbij geeft deze formulering de reclassering de mogelijkheid om het gebruik te beperken of te verbieden. De reclassering stelt toevoeging van de volgende formulering voor:
Softdrugscontrole
Veroordeelde houdt zich na zijn klinische behandeling aan de afspraken die hij met de reclassering maakt omtrent zijn softdrugsgebruik, ook als dit inhoudt dat hij geen softdrugs mag gebruiken, veroordeelde werkt mee aan urinecontroles om het gebruik te controleren en te reguleren. Indien de reclassering dit nodig vindt, werkt veroordeelde mee aan een behandelmodule ten aanzien van middelengebruik.
De deskundige de heer R. Nap heeft tijdens de zitting van 10 februari 2026 het advies bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt - zakelijk weergegeven - in:
Vanuit de reclassering gezien is het recidiverisico al een hele tijd laag, maar gelet op alles wat verstorend heeft gewerkt wordt het risico momenteel ingeschat als gemiddeld. Met betrekking tot het afbouwen van de medicatie clozapine, zoals geadviseerd door de psycholoog, acht de reclassering het van belang dat het wordt afgebouwd in een gestructureerde setting. Dit geldt ook voor het afbouwen van het cannabisgebruik. Dat er door de psycholoog alleen nog een stoornis wordt gezien in cannabisgebruik wordt door de reclassering als een teken gezien dat veroordeelde op de goede weg is.
Het advies van de psycholoog
In het door de deskundige op M. Krops opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Er is bij veroordeelde een stoornis in cannabisgebruik. Anders dan de reclassering ziet de deskundige op basis van veroordeelde zijn functioneren in de afgelopen jaren onvoldoende grond om nog op stoornisniveau te spreken van een licht verstandelijke beperking en ook wordt geconcludeerd dat niet langer kan worden gesproken van een persoonlijkheidsstoornis.
De kans op recidive wordt binnen de huidige situatie en op korte termijn ingeschat als laag. Gelet op de onduidelijkheid ten aanzien van het actuele cannabisgebruik van veroordeelde, zijn relatie/systeem, het mogelijk afbouwen van clozapine en zelfstandig wonen met ambulante begeleiding kan geen zorgvuldige inschatting worden gemaakt van de risicos op langere termijn, zowel binnen de huidige context als in een hypothetische situatie uit zorg.
Ondanks een moeilijk jaar en het wegvallen van een deel van de hulpverlening heeft veroordeelde zich betrekkelijk goed staande weten te houden. Gezien de aankomende periode opnieuw een sterk beroep op hem zal doen en er op dit moment nog onduidelijkheid bestaat over een aantal themas, adviseert de deskundige om binnen het risicomanagement aandacht te besteden aan het cannabisgebruik, de relatie van veroordeelde, zijn clozapinegebruik en het toewerken naar zelfstandig wonen. Ingeschat wordt dat de nog te nemen stappen binnen een jaar gerealiseerd kunnen worden.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar en wijziging van de voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman
De veroordeelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar en wijziging van de voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering.
De raadsman heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging, nu er bij veroordeelde nog sprake is van een stoornis in cannabisgebruik.
Het oordeel van de rechtbank
De opleggingsrechter heeft duidelijk gemotiveerd dat sprake is van een geweldsmisdrijf. De rechtbank stelt op grond van de overwegingen in het onderliggende vonnis vast dat de terbeschikkingstelling niet in duur beperkt is en dus verlengd kan worden.
De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de formele eisen om te komen tot een verlenging van de terbeschikkingstelling. Op grond van de inhoud van voormelde adviezen, de door de deskundigen gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen vereist dat de termijn van de maatregel wordt verlengd.
De rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met één jaar verlengen en continueert de voorwaardelijke beëindiging onder voorwaarden.
Gelet op het advies van de reclassering ziet de rechtbank aanleiding om de voorwaarde met betrekking tot het drugsverbod te wijzigen, overeenkomstig het advies van de reclassering.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met één jaar en wijzigt de bijzondere voorwaarden ten aanzien van het drugsverbod in die zin dat de voorwaarden thans luiden:
Geen strafbaar feit plegen
Veroordeelde zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Veroordeelde meewerkt aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
  • Veroordeelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
  • Veroordeelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is
nodig om de identiteit van veroordeelde vast te stellen.
  • Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
  • Veroordeelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn/haar gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
  • Veroordeelde werkt mee aan huisbezoeken.
  • Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
  • Veroordeelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
  • Veroordeelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met veroordeelde, als dat van belang is voor het toezicht.
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en veroordeelde daarmee instemt, kan veroordeelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of veroordeelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
Niet naar het buitenland
Veroordeelde niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat zonder toestemming van de reclassering.
Ambulante behandeling
Veroordeelde zich laat behandelen door de ambulante poli van AFPN of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Veroordeelde verblijft in [verblijfplaats] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem/haar heeft opgesteld.
Harddrugsverbod
Veroordeelde geen harddrugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.
Softdrugscontrole
Veroordeelde houdt zich na zijn klinische behandeling aan de afspraken die hij met de reclassering maakt omtrent zijn softdrugsgebruik, ook als dit inhoudt dat hij geen softdrugs mag gebruiken. Veroordeelde werkt mee aan urinecontroles om het gebruik te controleren en te reguleren. Indien de reclassering dit nodig vindt, werkt veroordeelde mee aan een behandelmodule ten aanzien van middelengebruik.
Alcoholverbod
Veroordeelde geen alcohol gebruikt en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak
veroordeelde wordt gecontroleerd.
Contactverbod
Veroordeelde op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met [naam] zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
Locatieverbod (zonder elektronische monitoring)
Veroordeelde zich niet bevindt in de gemeente Smallingerland zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
Dagbesteding
Veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Meewerken aan middelencontrole
Veroordeelde meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.M. Spooren, voorzitter, mr. H.C.L. Vreugdenhil en mr. C.A.M. Veenbaas, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 februari 2026.