ECLI:NL:RBNNE:2026:111

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
10886054 CV EXPL 24-202
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18a lid 2 BWArt. 7:22 lid 1 sub a BWArt. 7:22 lid 2 BWArt. 7:22 lid 7 sub a BWArt. 7:24 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst tweedehands auto wegens non-conformiteit versnellingsbak

De zaak betreft een consumentenkoper die een tweedehands auto met een kapotte versnellingsbak heeft gekocht. De verkoper stelde dat hij de koper vooraf had geïnformeerd over het defect, maar slaagde er niet in dit te bewijzen. De kantonrechter stelde vast dat de koper de gebreken niet hoefde te verwachten en dat het gebrek de veilige verkeersdeelname belemmerde, waardoor sprake is van non-conformiteit.

De verkoper werd opgedragen bewijs te leveren dat hij de koper had geïnformeerd, maar getuigenverklaringen en schriftelijke communicatie ondersteunden dit niet. De koper had de verkoper bovendien in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen, maar dit is niet gebeurd. Daarom mocht de koopovereenkomst worden ontbonden.

De ontbinding leidt tot terugbetaling van de koopprijs door de verkoper en teruglevering van de auto door de koper. Daarnaast werd de verkoper veroordeeld tot vergoeding van diverse schadeposten, waaronder motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremie, transportkosten, pechhulp en schorsingskosten, alsmede buitengerechtelijke incassokosten. De verkoper moet ook het kenteken vrijwaren en een vrijwaringsbewijs verstrekken.

De proceskosten werden aan de verkoper opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De koopovereenkomst wordt ontbonden wegens non-conformiteit en de verkoper moet de koopprijs en schadevergoeding betalen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 10886054 \ CV EXPL 24-202
Vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
[eisende partij],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam
[handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De verdere procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 juli 2024
- het getuigenverhoor van 15 januari 2025
- het getuigenverhoor voor tegenbewijs van 3 september 2025.
1.2.
[gedaagde] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om een conclusie na getuigenverhoor te nemen, maar heeft daarvan geen gebruikgemaakt. Van de zijde van [eisende partij] is een conclusie na getuigenverhoor ontvangen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

De bewijsopdracht
2.1.
De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 16 juli 2024. Hetgeen is overwogen en bepaald in dit tussenvonnis wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.
2.2.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter vastgesteld dat de versnellingsbak van de auto kapot is, dat dit gebrek er aan in de weg staat dat met de auto op een veilige manier aan het verkeer kan worden deelgenomen en dat dit in beginsel non-conformiteit oplevert. Omdat [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eisende partij] zich er niet op kan beroepen dat de auto non-conform is omdat hij haar ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst heeft medegedeeld dat de versnellingsbak van de auto niet helemaal goed was, heeft de kantonrechter in het tussenvonnis [gedaagde] opgedragen om deze stelling te bewijzen.
2.3.
Om het opgedragen bewijs te leveren heeft [gedaagde] de heer [getuige gedaagde] (hierna: [getuige gedaagde] ) als getuige laten horen. [getuige gedaagde] was betrokken bij de verkoop van de auto.
2.4.
[eisende partij] heeft vervolgens gebruikgemaakt van de haar geboden mogelijkheid tot contra-enquête. Zij heeft daartoe haar moeders (mevrouw [getuige eisende partij 1] en mevrouw [getuige eisende partij 2] ) en zichzelf als getuigen laten horen.
2.5.
De kantonrechter komt, gelet op alle processtukken en alle afgelegde verklaringen, tot het oordeel dat [gedaagde] niet is geslaagd in het leveren van het opgelegde bewijs. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
2.6.
[getuige gedaagde] heeft verklaard dat hij aan [eisende partij] heeft uitgelegd hoe het schakelen bij de auto werkt en dat hij daarbij heeft aangegeven dat het even duurt voordat de versnelling van de P in de D gaat. [getuige gedaagde] heeft daarover verklaard dat dit voor het rijden niet zoveel uitmaakt. [getuige gedaagde] heeft verder verklaard, voor zover hier van belang:
“Ik heb niet deelgenomen aan het gesprek tussen [gedaagde] en de vrouw bij [bedrijf] op het
bedrijfsterrein. [gedaagde] heeft volgens mij wel gezegd dat de auto onderhoud nodig had. (…) Toen [gedaagde] de auto kocht was [gedaagde] al bekend met het probleem van de
versnellingsbak. Ik heb begrepen dat [gedaagde] dit ook aan de telefoon tegen de vrouw
heeft gezegd. Ik heb dit zelf niet gehoord. Ik was daar niet bij, maar ik heb het gehoord van
[gedaagde] .”
2.7.
Tegenover deze verklaring van [getuige gedaagde] staat de verklaring van [eisende partij] dat [gedaagde] of [getuige gedaagde] haar niet heeft geïnformeerd dat de versnellingsbakautomaat niet goed was en evenmin dat er dringend onderhoud nodig was. [eisende partij] heeft verklaard dat [gedaagde] juist meerdere keren heeft aangegeven dat er geen mankementen waren en dat de auto goed was en ook goed reed.
2.8.
De kantonrechter stelt vast dat [getuige gedaagde] op basis van eigen waarnemingen niet kan bevestigen dat [gedaagde] [eisende partij] voorafgaand aan de koop van de auto heeft geïnformeerd over het probleem met de versnellingsbak en het noodzakelijke onderhoud. [eisende partij] heeft verklaard dat [gedaagde] of [getuige gedaagde] haar over zowel het probleem met de versnellingsbak als het noodzakelijke onderhoud niet heeft geïnformeerd. De verklaring van [eisende partij] vindt ondersteuning in de verklaringen van haar moeders, die beiden verklaren dat hen tijdens het hele proces niet op enig moment gebleken is dat hun dochter ( [eisende partij] ) toch wist dat de versnellingsbak niet goed was. De verklaring van [eisende partij] en de verklaringen van haar moeders rijmen bovendien met de andere informatie die in het dossier beschikbaar is, namelijk het whatsappcontact dat partijen met elkaar hebben gehad op de dag van de aankoop, nadat [eisende partij] met de auto bij een tankstation is komen stil te staan, en de brief van 27 november 2023 van [gedaagde] . In zowel de whatsappberichten als de brief geeft [gedaagde] aan dat de auto super reed en wordt niets gezegd over de niet functionerende versnellingsbak en dat dit richting [eisende partij] voorafgaand aan de koop was aangegeven.
2.9.
Bij deze stand van zaken is de conclusie dat [gedaagde] niet in het bewijs is geslaagd en dus niet is komen vast te staan dat [gedaagde] [eisende partij] ten tijde van de aankoop erop heeft gewezen dat de versnellingsbak niet helemaal goed was en dat zij dus wist dat er iets mis was met de auto. [eisende partij] hoefde daarom de gebreken aan de versnellingsbak niet te verwachten. Nu vaststaat dat de versnellingsbak van de auto kapot is, is er, zoals ook is overwogen in het vonnis van 16 juli 2024, sprake van een gebrek dat in de weg staat aan een veilige verkeersdeelname. Dit betekent dat de auto niet beantwoordde aan de overeenkomst. Omdat het bewijsvermoeden uit artikel 7:18a lid 2 BW geldt en [gedaagde] niet heeft gesteld en onderbouwd dat de auto bij aflevering wél aan de overeenkomst heeft beantwoord, staat vast dat de auto ten tijde van de aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Gelet op deze conclusie kunnen de overige door [eisende partij] gestelde gebreken verder onbesproken blijven.
2.10.
Voor de vorderingen van [eisende partij] brengt dit het volgende met zich mee.
De koopovereenkomst wordt ontbonden
2.11.
Op het moment dat het afgeleverde niet beantwoordt aan de overeenkomst, heeft de consumentkoper de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomene, gezien haar geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] Wel komt de consumentkoper pas het recht toe om tot ontbinding over te gaan wanneer herstel en vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden, of wanneer de verkoper zijn verplichting tot herstel of vervanging niet binnen redelijke termijn nakomt. [2]
2.12.
Uit de onderbouwde en niet weersproken stellingen van [eisende partij] blijkt dat zij [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te herstellen, maar dat [gedaagde] dit niet heeft gedaan. Dit betekent dat de koopovereenkomst ontbonden mag worden. De hierop gerichte vordering van [eisende partij] zal daarom worden toegewezen.
[gedaagde] moet de koopprijs terugbetalen
2.13.
De ontbinding van de koopovereenkomst leidt ertoe dat over en weer een verbintenis tot ongedaanmaking van de ontvangen prestaties ontstaat. [3] Dit betekent dat [gedaagde] de koopprijs moet terugbetalen en dat [eisende partij] de auto aan [gedaagde] moet teruggeven op kosten van [gedaagde] . De kantonrechter zal de vordering van [eisende partij] tot (terug)betaling van de koopsom van € 3.600,00 daarom toewijzen. Artikel 7:22 lid 7 aanhef Pro en onder b BW bepaalt dat bij ontbinding van de koopovereenkomst de verkoper de koopprijs terugbetaalt bij ontvangst van de zaak of bij ontvangst van het door de koper verstrekte bewijs dat hij de zaak heeft teruggezonden. Daartoe zal de kantonrechter [gedaagde] veroordelen. Voor de volledigheid merkt de kantonrechter daarbij op dat de kosten van teruggave van de auto voor rekening van de verkoper ( [gedaagde] ) komen. [4]
[gedaagde] moet de auto laten vrijwaren
2.14.
Gelet op de ontbinding van de koopovereenkomst, moet het kenteken (weer) op naam van [gedaagde] worden gesteld. De gevorderde veroordeling van [gedaagde] om de auto te vrijwaren en [eisende partij] een vrijwaringsbewijs te verschaffen wordt daarom toegewezen. De kantonrechter acht daarvoor een termijn van vijf dagen na ontvangst van de auto redelijk. Aan deze veroordelingen zal de kantonrechter de door [eisende partij] gevorderde dwangsom verbinden. De dwangsom wordt gemaximeerd op € 5.000,00.
[gedaagde] moet de schade van [eisende partij] vergoeden
2.15.
[eisende partij] vordert een schadevergoeding van [gedaagde] . De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat de (consument)koper jegens de verkoper recht heeft op schadevergoeding overeenkomstig de afdelingen 9 en 10 van titel 1 van Boek 6 BW als de afgeleverde zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [5] [eisende partij] stelt zich op het standpunt dat zij schade heeft geleden, die bestaat uit de door haar betaalde motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie, de extra kosten die zij heeft moeten maken voor het transport van de auto, de ANWB-pechhulp en de schorsing van het kenteken en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter zal de schadeposten hierna afzonderlijk bespreken.
Motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie
2.16.
[eisende partij] vordert vergoeding van de door haar betaalde motorrijtuigenbelasting
(€ 31,00) en verzekeringspremie (€ 27,95). De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat de verkoper de door de koper in verband met de auto gemaakte kosten moet vergoeden, voor zover de koper niet gebaat is door daartegenover staande voordelen (het gebruik van de auto). [6] Omdat het gebrek zich gelijk na aankoop (op 25 oktober 2023) heeft voorgedaan en [eisende partij] sindsdien geen normaal gebruik van de auto heeft kunnen maken, heeft [eisende partij] per 25 oktober 2023 recht op vergoeding van deze kosten. De kantonrechter wijst de door [eisende partij] gevorderde bedragen voor de periode van 25 oktober 2023 tot de datum van de schorsing (3 november 2023) daarom toe.
De extra kosten
2.17.
[eisende partij] vordert vergoeding van de door haar gemaakte kosten voor het transport van de auto (€ 79,86) de ANWB-pechhulp (€ 192,01) en de schorsing van het kenteken
(€ 26,50). [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze schadeposten. De kantonrechter zal de vorderingen daarom toewijzen.
De buitengerechtelijke kosten
2.18.
[eisende partij] vordert vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. [eisende partij] heeft niet aangegeven over welke hoofdsom deze kosten zijn berekend, maar de kantonrechter gaat ervan uit dat deze kosten zijn berekend over de koopsom van € 3.600,00 en de schadevergoeding. De kantonrechter zal de vordering voor zover die gegrond is op de koopsom afwijzen. De koopovereenkomst is namelijk pas per datum van dit vonnis ontbonden en [gedaagde] verkeert ten aanzien van zijn verplichting om de koopprijs terug te betalen nog niet in verzuim. De buitengerechtelijke incassokosten over de toegewezen schadevergoeding (in totaal € 357,32) zal worden toegewezen. Er is namelijk sprake van verzuim. [7] [eisende partij] heeft bovendien voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zijnde een bedrag van € 53,60.
De totale toe te wijzen schadevergoeding
2.19.
Het voorgaande betekent dat, naast de buitengerechtelijke incassokosten van
€ 53,60, de volgende schadevergoeding wordt toegewezen:
Motorrijtuigenbelasting
€ 31,00
Verzekeringspremie
€ 27,95
Transport van de auto
€ 79,86
ANWB-pechhulp
€ 192,01
Schorsing van het kenteken
€ 26,50 +
Totaal
€ 357,32
[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen
2.20.
[eisende partij] vordert wettelijke rente over de hoofdsom en de nevenvorderingen vanaf de datum van aankoop van de auto.
2.21.
De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] rente is verschuldigd over de hoofdsom (de koopsom van € 3.600,00) vanaf het moment dat hij met de voldoening daarvan in verzuim is. Omdat de terugbetalingsverplichting pas ontstaat bij ontvangst van de zaak of bij ontvangst van het door de koper verstrekte bewijs dat hij de zaak heeft teruggezonden, zal de kantonrechter de wettelijke rente over de koopsom toewijzen op de wijze zoals vermeld in de beslissing. De rente over de buitengerechtelijke incassokosten is toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding (11 januari 2024), omdat niet is gesteld of gebleken dat of wanneer de buitengerechtelijke incassokosten door [eisende partij] aan de gemachtigde zijn betaald. Voor de (overige) schadevergoeding geldt dat de wettelijke rente over de toegewezen bedragen loopt vanaf het moment dat de verbintenis opeisbaar is. Dit is het moment waarop de schade is geleden en daarom het moment dat [eisende partij] deze kosten heeft betaald. De kantonrechter wijst de wettelijke rente over de (overige) schadevergoeding daarom toe vanaf de dag dat [eisende partij] deze kosten heeft betaald.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.22.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- griffierecht
87,00
- salaris gemachtigde
1.084,00
(4 punten × € 271,00)
- nakosten
- getuigenkosten (getuige
[getuige eisende partij 1] )
135,00
800,00
Totaal
2.106,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
ontbindt de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de auto,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 3.600,00, bij ontvangst van de auto of, als dat eerder is, bij ontvangst van het door [eisende partij] verstrekte bewijs dat zij de auto heeft teruggezonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van de vijftiende dag nadat [gedaagde] de auto terug heeft ontvangen of een door [eisende partij] verstrekt bewijs heeft ontvangen dat zij de auto heeft teruggezonden tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf dagen na ontvangst van de auto de auto te vrijwaren en [eisende partij] een deugdelijk vrijwaringsbewijs te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag (of deel daarvan) dat [gedaagde] dat niet doet, met een maximum van € 5.000,00,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 357,32, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag dat [eisende partij] deze kosten heeft betaald tot de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 53,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 11 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.106,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
66449/RG

Voetnoten

1.Artikel 7:22 lid 1 sub a BW Pro.
2.Artikel 7:22 lid 2 BW Pro.
3.Artikel 6:271 BW Pro.
4.Artikel 7:22 lid 7 sub a BW Pro.
5.Artikel 7:24 BW Pro.
6.Zie artikel 6:275 BW Pro in verbinding met artikel 3:120 lid 2 BW Pro.
7.Artikel 6:83 sub b BW Pro.