Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 9 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, de heffingsambtenaar
Inleiding
Feiten
U hebt op 20 september 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd voor [adres 1] en [adres 2] . Het betreft het plaatsen van een [bedrijf] .
Leges
Wij behandelen uw aanvraag en brengen hiervoor de volgende kosten in rekening, ook wel leges genoemd:
(…)Aanvullende informatie over de bouwkosten
Bezwaar
Als u van mening bent dat het legesbedrag niet klopt, kunt u schriftelijk bezwaar maken. Dit dient u binnen zes weken na de datum van deze brief te doen. Stuur uw ondertekende bezwaarschrift naar: Noordelijk Belastingkantoor, Postbus 88, 9700 AB Groningen. Tevens adviseren we u om bij uw bezwaar gelijk uitstel van betaling aan te vragen.
De rechtbank vraagt uw aandacht voor het volgende.
Ten tijde van het opleggen van de aanslag 25 juli 2024 (25-07-2024) was het Directiemandaat en aanwijzingsbesluit(en) Stadsontwikkeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Uitvoering gemeente Groningen 2023 van toepassing.
- Directiemandaat en aanwijzingsbesluit(en) Stadsontwikkeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Uitvoering gemeente Groningen 2023
- Ondermandaat van de directie Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp 2023
- Bekrachtiging aanslag
- Toelichting bouwkosten”
Beoordeling door de rechtbank
nietis overgedragen aan het Noordelijk Belastingkantoor. Ook het gegeven dat die heffingsambtenaar van de gemeente Groningen de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor mandateert om namens hem op bezwaarschriften te beslissen (en hem te vertegenwoordigen in rechtelijke procedures) wijst daarop. Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank in haar bericht van 12 februari 2026 partijen gevraagd naar een standpunt over de bevoegdheid van de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor om te beslissen op het bezwaar (zie 2.4.).
nietop leges behorend bij titel 2 behorend bij de Legesverordening. Deze verwijzing van de heffingsambtenaar snijdt reeds om die reden geen hout.
nietgemandateerd aan de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor. De heffingsambtenaar is ook anderszins niet bevoegd om uitspraak te doen op het bezwaar. De uitspraak op bezwaar is daarom gedaan door een bestuursorgaan dat daar niet toe bevoegd was. Gelet daarop ziet de rechtbank zich genoodzaakt de uitspraak op bezwaar te vernietigen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.