ECLI:NL:RBNNE:2026:1124
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Integrale herbeoordeling kinderopvangtoeslag: geen schade door institutionele vooringenomenheid of hardheid
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de integrale herbeoordeling van het recht van eiser op kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 en 2012. Eiser betwistte het besluit van Dienst Toeslagen dat hij geen vergoeding ontvangt, stellende dat sprake is van institutionele vooringenomenheid en hardheid van het stelsel. De rechtbank oordeelt dat het besluit op bezwaar niet zorgvuldig is voorbereid omdat een aanvullende beschouwing niet tijdig is betrokken bij het advies van de bezwaarschriftenadviescommissie. Hierdoor wordt het besluit op bezwaar vernietigd.
Desondanks beoordeelt de rechtbank inhoudelijk dat Dienst Toeslagen terecht heeft vastgesteld dat er geen sprake is van schade door institutionele vooringenomenheid of hardheid. De gegevens uit de KOI-viewer over 2012 zijn juist en niet betwist, en de terugvordering over 2011 is gebaseerd op een hoger toetsingsinkomen dan vooraf opgegeven, wat wettelijk correct is uitgevoerd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven daarom in stand.
De rechtbank veroordeelt Dienst Toeslagen tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M. Lok en griffier H.A. Hulst op 10 april 2026. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar wordt vernietigd wegens procedurele onzorgvuldigheid, maar de inhoudelijke rechtsgevolgen blijven in stand.