ECLI:NL:RBNNE:2026:1128
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak Finestre
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 7 april 2026 een wrakingsverzoek van een verdachte in de strafzaak Finestre tegen drie rechters die belast zijn met de zaak. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid vanwege een tussenbeslissing waarin onderzoekswensen van de verdachte werden afgewezen.
De verzoeker stelde dat de afwijzing van onderzoekswensen, gericht op de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van het onderzoek, de schijn van vooringenomenheid wekte omdat de rechters vooruitliepen op de inhoudelijke beoordeling. De rechters verweerden zich door te stellen dat het een tussenbeslissing betrof, gemotiveerd op basis van het noodzakelijkheidscriterium, en dat de standpunten nog bij pleidooi aan bod konden komen.
De rechtbank oordeelde dat een tussenbeslissing geen grond voor wraking kan vormen, tenzij de motivering objectief niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van noodzaak voor nader onderzoek en geen reeds gevormd oordeel over de zaak. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet zoals die was.
De beslissing werd uitgesproken door de voorzitter en twee rechters, en is onherroepelijk. De rechtbank benadrukte het vermoeden van onpartijdigheid van rechters en het belang van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.