Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een aanzienlijke schuldenlast, waaronder belastingschulden. De schulden zijn mede ontstaan door verslavingsproblematiek. Verzoeker heeft een terugval gehad in december 2024 en is in maart 2025 beboet voor rijden onder invloed van drugs. Hij volgt sinds januari 2026 therapie en heeft budgetbeheer aangevraagd.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van een deel van de schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Hoewel de hardheidsclausule een uitzondering kan vormen, vereist deze dat de oorzaak van de schulden onder controle is en sprake is van een bestendige gedragsverandering.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat zijn situatie wezenlijk is verbeterd. De recente terugval, de boete en de gokverslaving maken dat de verslavingsproblematiek nog actueel is. Beschermingsbewind is niet aangevraagd. Daarom wordt het verzoek afgewezen, met de mogelijkheid tot een nieuw verzoek bij meer stabiliteit.