ECLI:NL:RBNNE:2026:1162
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak Finestre
De wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland behandelde op 7 april 2026 een verzoek tot wraking van drie rechters die belast zijn met de strafzaak Finestre, waarin de verzoeker als verdachte is aangemerkt. Het wrakingsverzoek volgde op de afwijzing van onderzoekswensen door de rechters tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak.
De verzoeker stelde dat de afwijzing van de onderzoekswensen, die betrekking hadden op de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van het onderzoek, de schijn van vooringenomenheid wekte. Volgens hem hadden de rechters hun oordeel te vroeg gevormd door te stellen dat er geen begin van aannemelijkheid van onrechtmatigheden was, terwijl dit oordeel pas bij de eindbeslissing had mogen worden gegeven.
De rechters verweerden zich door te stellen dat het ging om een tussenbeslissing die gemotiveerd was op basis van het noodzakelijkheidscriterium en dat de standpunten van de verzoeker nog bij pleidooi naar voren konden worden gebracht. De rechtbank oordeelde dat een tussenbeslissing geen grond voor wraking kan vormen, tenzij de motivering objectief als blijk van vooringenomenheid kan worden gezien.
Na beoordeling concludeerde de rechtbank dat de motivering van de afwijzing niet impliceert dat de rechters reeds een oordeel hadden gevormd over de zaak en dat er geen sprake was van vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen omdat geen sprake is van vooringenomenheid.