ECLI:NL:RBNNE:2026:1163
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak Finestre
De wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland behandelde op 7 april 2026 een verzoek tot wraking van drie rechters die belast zijn met de strafzaak Finestre, waarin de verzoeker als verdachte is aangemerkt. Het wrakingsverzoek volgde op de afwijzing van onderzoekswensen door de rechters tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak.
De verzoeker stelde dat de afwijzing van de onderzoekswensen, gericht op de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van het onderzoek, de schijn van vooringenomenheid wekte. Volgens hem hadden de rechters niet vooraf mogen oordelen over deze kwesties, omdat dit pas bij de eindbeslissing aan de orde zou moeten komen.
De rechters verweerden zich door te stellen dat het ging om een tussenbeslissing die gemotiveerd was op basis van het noodzakelijkheidscriterium en dat de standpunten van de verzoeker nog bij pleidooi naar voren konden worden gebracht.
De rechtbank overwoog dat een wraking op grond van een tussenbeslissing slechts kan worden toegewezen indien de motivering ervan objectief als blijk van vooringenomenheid kan worden gezien. Dit was niet het geval. De afwijzing van de onderzoekswensen was een tussenbeslissing en de motivering daarvan kon niet worden opgevat als een reeds gevormd oordeel over de zaak.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de procedure voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen omdat geen sprake is van vooringenomenheid.