Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 19 maart 2026
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
.
PROCESGANG
RECHTSOVERWEGINGEN
BESLISSING
dit vonnis;
brieven en telegrammen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft op 5 december 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank Noord-Nederland heeft dit verzoek behandeld op 6 maart 2026, waarbij verzoeker, zijn schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder aanwezig waren.
De rechtbank constateert dat verzoeker in een situatie verkeert waarin hij is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden. Er zijn geen gronden voor afwijzing van het verzoek. De wettelijke termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt in principe 18 maanden, te rekenen vanaf de datum van het vonnis.
Namens verzoeker is verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling conform artikel 349a lid 1 Faillissementswet, maar dit verzoek is onvoldoende onderbouwd. Verzoeker volgt een sociaal activeringstraject en heeft in het minnelijke traject geen aflossingen gedaan of gesolliciteerd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de termijn te verkorten.
De rechtbank benoemt mr. M.C. Groenewegen tot rechter-commissaris en stelt de bewindvoerder aan om de correspondentie met verzoeker te verzorgen. Verzoeker kan tijdens de looptijd met medische stukken een verzoek tot verkorting van de regeling indienen bij de rechter-commissaris.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om een eerdere ingangsdatum af en stelt de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden.