Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1167

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C18/26/1075 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 349a FwArt. 3 lid 1 Verordening 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met vaste looptijd van 18 maanden

Verzoeker heeft op 5 december 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank Noord-Nederland heeft dit verzoek behandeld op 6 maart 2026, waarbij verzoeker, zijn schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder aanwezig waren.

De rechtbank constateert dat verzoeker in een situatie verkeert waarin hij is opgehouden met betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden. Er zijn geen gronden voor afwijzing van het verzoek. De wettelijke termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt in principe 18 maanden, te rekenen vanaf de datum van het vonnis.

Namens verzoeker is verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling conform artikel 349a lid 1 Faillissementswet, maar dit verzoek is onvoldoende onderbouwd. Verzoeker volgt een sociaal activeringstraject en heeft in het minnelijke traject geen aflossingen gedaan of gesolliciteerd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de termijn te verkorten.

De rechtbank benoemt mr. M.C. Groenewegen tot rechter-commissaris en stelt de bewindvoerder aan om de correspondentie met verzoeker te verzorgen. Verzoeker kan tijdens de looptijd met medische stukken een verzoek tot verkorting van de regeling indienen bij de rechter-commissaris.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om een eerdere ingangsdatum af en stelt de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C18/26/1075 R

vonnis van 19 maart 2026

in de zaak van:

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker
.

PROCESGANG

Verzoeker heeft op 5 december 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 6 maart 2026. Daarbij is verzoeker verschenen tezamen met zijn schuldhulpverlener de heer [schuldhulpverlener werkzaam bij schuldhulpverleningsbedrijf] . Namens zijn beschermingsbewindvoerder zijn verschenen [twee medewerkers werkzaam bij beschermingsbewindvoerder] .

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Gebleken is dat verzoeker in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet (Fw) bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
Namens verzoeker heeft de beschermingsbewindvoerder ter zitting geïnformeerd of de schuldsaneringsregeling van verzoeker in aanmerking zou kunnen komen voor een eerdere ingangsdatum als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw. De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen, omdat dit verzoek onvoldoende is onderbouwd. Verzoeker zit in een sociaal activeringstraject van de gemeente Borger-Odoorn. Ter zitting heeft verzoeker toegelicht dat dit traject inhoudt dat hij tweemaal per week vrijwilligerswerk bij de [organisatie] doet. Het sociale activeringstraject liep in eerste instantie tot 16 maart 2026, maar is onlangs met een half jaar verlengd. Verzoeker heeft in het minnelijke traject niet afgelost en niet gesolliciteerd. Uit het verzoekschrift wordt onvoldoende duidelijk of verzoeker op dit moment niet in staat is om te werken. Mocht hierover tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling meer duidelijkheid komen, dan staat het verzoeker vrij om aan de rechter-commissaris een met (medische) stukken onderbouwd verzoek te doen tot verkorting van de looptijd.

BESLISSING

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
voorheen handelend onder de naam [bedrijfsnaam] ,
voorheen gevestigd te [vestigingsplaats] ,
KvK-nummer: [nummer] ;
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van
dit vonnis;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Groenewegen,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
gevestigd te [adres] ;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de verzoeker gerichte
brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma en in het openbaar uitgesproken op
19 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.