De rechtbank Noord-Nederland heeft op 27 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van een schuldsaneringsregeling. De schuldenaar was sinds 1 februari 2023 onder de regeling geplaatst. Tijdens een verificatievergadering in januari 2026 bleek dat de schuldenaar over de periode maart tot en met augustus 2025 bedragen van zijn werkgever had ontvangen die niet volledig verantwoord konden worden. De bewindvoerder kon daardoor niet vaststellen of de juiste bedragen aan de boedel waren afgedragen.
De schuldenaar verklaarde dat hij kosten voor zijn werkgever had voldaan en deels bewijsstukken aangeleverd, maar niet volledig. De werkgever bevestigde de werkwijze waarbij bedragen werden gestort voor inkopen, maar beschikte ook niet over volledige administratie. De rechtbank stelde de schuldenaar in de gelegenheid om een voorstel te doen voor afkoop van de onduidelijke bedragen.
De schuldenaar bood aan € 2.000,00 aan de boedel te voldoen, wat door de bewindvoerder werd geaccepteerd. Dit bedrag, samen met reeds voldane boedelafdrachten over augustus en september 2025, leidde tot de conclusie dat de schuldenaar aan zijn verplichtingen had voldaan. De rechtbank beëindigde daarom de schuldsaneringsregeling met schone lei en stelde het salaris van de bewindvoerder vast op € 3.759,70. De griffierechten komen, voor zover niet uit de boedel voldaan, voor rekening van de Staat.