ECLI:NL:RBNNE:2026:1175
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing eigen aangifte faillissement wegens misbruik van bevoegdheid
Op 23 februari 2026 diende [verzoeker] B.V. een eigen aangifte faillissement in bij de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank behandelde het verzoek op 31 maart 2026, waarbij de bestuurders van de vennootschap aanwezig waren.
De rechtbank overweegt dat een faillissement bedoeld is om de curator in staat te stellen het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder schuldeisers. Indien de boedel leeg is, kan het faillissement worden opgeheven wegens gebrek aan baten, maar dit is op zichzelf geen reden om het verzoek af te wijzen. Afwijzing is alleen mogelijk bij misbruik van bevoegdheid, bijvoorbeeld wanneer de aanvrager weet dat de boedel leeg is en geen gerechtvaardigd belang heeft.
Uit de eigen aangifte en toelichting blijkt dat de boedel van [verzoeker] B.V. vrijwel geen activa bevat en dat er geen redelijke verwachting is dat activa kunnen worden gegenereerd, ook niet via wettelijke instrumenten zoals art. 42 Fw Pro of art. 2:9 BW Pro. Het doel van het faillissement, namelijk de verdeling van vermogen onder schuldeisers, kan daardoor niet worden bereikt. Bovendien hadden de bestuurders de mogelijkheid om een turboliquidatie (art. 2:19 BW Pro) te overwegen.
De rechtbank concludeert dat het bestuur de bevoegdheid tot faillietverklaring heeft misbruikt door een curator te belasten met werkzaamheden zonder vergoeding en zonder gerechtvaardigd belang. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek tot eigen faillietverklaring van [verzoeker] B.V. wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid.