Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1180

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/18/25/242 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c FwArt. 350 lid 3 sub d FwArt. 350 lid 5 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen

De rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 19 februari 2026 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar uitgesproken. De regeling was eerder op 13 augustus 2025 uitgesproken. De bewindvoerder bracht verslag uit over de situatie, waarbij bleek dat de schuldenaar geen contact opnam en niet reageerde op verzoeken om informatie. Tevens verbleef de schuldenaar sinds september 2025 in Griekenland, wat leidde tot intrekking van de participatiewet-uitkering en terugvordering van een bedrag van €3.115,16 door de gemeente.

De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling en dat dit hem kan worden toegerekend. Er waren geen omstandigheden die de tekortkoming konden verzachten. Daarom werd de regeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro d van de Faillissementswet. Dit betekent dat de vorderingen waarvoor de regeling gold, voor zover onbetaald, afdwingbaar blijven.

De boedelrekening had een saldo van €1.626,80, onvoldoende om faillissement te laten volgen. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €4.922,96, inclusief onkosten en omzetbelasting. Kosten van publicaties die niet uit de boedel betaald kunnen worden, komen voor rekening van de Staat. De regeling eindigt door het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare tekortkoming van de schuldenaar in zijn verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/25/242 R

vonnis van 19 februari 2026

in de zaak van:
[schuldenaar], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , hierna te noemen de schuldenaar
bewindvoerder: [bewindvoerder] .

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 13 augustus 2025 is de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenaar.
Op 14 januari 2026 heeft verhoor op rechtbank plaatsgevonden, waarbij schuldenaar niet is verschenen.
De rechter-commissaris heeft op 14 januari 2026 de rechtbank voorgedragen om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
De bewindvoerder heeft op 9 februari 2026 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Deze voordracht is behandeld ter zitting van 12 februari 2026, alwaar de bewindvoerder is verschenen. Hoewel deugdelijk opgeroepen is de schuldenaar niet verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar één of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en of op die grond de regeling tussentijds moet worden beëindigd.
Uit het verslag van de bewindvoerder en het verhandelde ter zitting blijkt dat de bewindvoerder nagenoeg geen contact met de schuldenaar kan krijgen. De schuldenaar neemt zelf geen contact op en op verzoeken om informatie te verstrekken wordt niet gereageerd. Daarnaast blijkt uit de door beschermingsbewindvoerder aangeleverde bankafschriften dat schuldenaar blijkbaar vanaf september 2025 in Griekenland verblijft.
De gemeente Noard East Fryslan heeft d.d. 29 januari 2026 op grond van deze informatie de Particpatiewet-uitkering vanaf 29 oktober 2025 ingetrokken en een bedrag van € 3.115,16 teruggevorderd. De beschermingsbewindvoerder [beschermingsbewindvoerder] heeft op
12 februari 2026 de rechtbank voorafgaand aan de zitting een mail gestuurd waarin zij aangeeft dat zij niets heeft toe te voegen aan wat reeds ter zitting op 14 januari 2026 is besproken en dat zij ook niet volledig wordt geïnformeerd door schuldenaar. Zij verwacht gezien het saldo op de beheerrekening en de intrekking uitkering, dat de komende tijd de vaste lasten niet kunnen worden betaald en geeft aan dat zij het oordeel van de rechtbank afwacht.
Hoewel deugdelijk opgeroepen, heeft de schuldenaar niet van de gelegenheid gebruik gemaakt om het één en ander te weerleggen dan wel toe te lichten.
De rechtbank zal dan ook uitgaan van de juistheid van hetgeen in de verslagen en ter zitting door de bewindvoerder is gesteld.
De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en dat hem dat kan worden toegerekend. Nu bovendien niet is gebleken van omstandigheden die duiden op een bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming van de schuldenaar, zal de rechtbank de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigen op grond van artikel 350, lid 3 sub c en d Fw. Dit heeft tot gevolg dat de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling heeft gewerkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, afdwingbaar blijven.
Blijkens het overzicht van de bewindvoerder is de stand van de boedelrekening momenteel
€ 1.626,80. Op grond van het bepaalde in artikel 350, lid 5 Fw zal niet van rechtswege faillissement volgen aangezien er na aftrek van de kosten van de schuldsaneringsregeling, onvoldoende baten beschikbaar zullen zijn. Nu het uit te delen actief na aftrek van de boedelkosten (met name salaris en advertentiekosten) minder dan € 2.000,- bedraagt, kan naar het oordeel van de rechtbank het opmaken van een slotuitdelingslijst achterwege blijven en eindigt de schuldsaneringsregeling door het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 4.922,96 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.

BESLISSING

De rechtbank:
- beëindigt de schuldsaneringsregeling;
- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;
- stelt het salaris voor de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezige actief tot een bedrag van maximaal € 4.922,96.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.