ECLI:NL:RBNNE:2026:1180
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
De rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 19 februari 2026 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar uitgesproken. De regeling was eerder op 13 augustus 2025 uitgesproken. De bewindvoerder bracht verslag uit over de situatie, waarbij bleek dat de schuldenaar geen contact opnam en niet reageerde op verzoeken om informatie. Tevens verbleef de schuldenaar sinds september 2025 in Griekenland, wat leidde tot intrekking van de participatiewet-uitkering en terugvordering van een bedrag van €3.115,16 door de gemeente.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling en dat dit hem kan worden toegerekend. Er waren geen omstandigheden die de tekortkoming konden verzachten. Daarom werd de regeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro d van de Faillissementswet. Dit betekent dat de vorderingen waarvoor de regeling gold, voor zover onbetaald, afdwingbaar blijven.
De boedelrekening had een saldo van €1.626,80, onvoldoende om faillissement te laten volgen. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €4.922,96, inclusief onkosten en omzetbelasting. Kosten van publicaties die niet uit de boedel betaald kunnen worden, komen voor rekening van de Staat. De regeling eindigt door het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare tekortkoming van de schuldenaar in zijn verplichtingen.