In een strafrechtelijk onderzoek naar een verdenking van moord heeft de officier van justitie gevorderd dat Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland een bandopname van een 112-melding verstrekt. De meldkamer stelde zich op het standpunt dat het medisch beroepsgeheim en het verschoningsrecht de verstrekking verhinderen, tenzij zeer uitzonderlijke omstandigheden dit recht doorbreken.
De rechtbank heeft het klaagschrift van de meldkamer gegrond verklaard. Hoewel het een ernstige strafzaak betreft, oordeelt de rechtbank dat de gevorderde gegevens niet strikt noodzakelijk zijn voor de waarheidsvinding, mede omdat betrokkenen die het gesprek voerden en aanwezigen al verklaringen hebben afgelegd en er een uitgebreid dossier is.
De rechtbank benadrukt dat het verschoningsrecht niet lichtvaardig mag worden doorbroken en dat de belangen van het slachtoffer en de meldkamer zwaar wegen. De toestemming van verdachte en nabestaanden kan niet worden verondersteld voor het slachtoffer zelf. De gevorderde bandopname wordt daarom niet verstrekt.