Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verzoekers] uit [vergunninghouder] , verzoekers
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Het bestreden besluit is alleen al daarom niet zorgvuldig afgewogen en niet voldoende gemotiveerd. [4] De voorzieningenrechter stelt vast dat het college de beslissing over boom 1 en 3 wel heeft uitgelegd aan de hand van de genoemde criteria, maar dat er voor boom 2 door het college überhaupt geen onderbouwing is gegeven voor de beslissing. De redenen die het college voor boom 1 en 3 heeft gegeven, worden hieronder besproken.
Zoals hierboven al is overwogen, is er over de kwaliteit van boom 2 helemaal geen onderbouwing aanwezig. Het rapport van Salix boomverzorging heeft namelijk alleen betrekking op boom 3. Ook is in het dossier geen schriftelijke verslaglegging of rapportage opgenomen van de boomspecialist van het college. Hierdoor heeft het college niet inzichtelijk gemaakt hoe en op welke wijze de bomen door de eigen boomspecialist zijn beoordeeld en blijkt ook niet dat het rapport van Salix boomverzorging is getoetst en beoordeeld. Ten slotte is in het rapport van Salix boomverzorging aangegeven dat boom 3 ernstige wortelschade heeft opgelopen door het ingraven van een trampoline waardoor de kwaliteit van deze boom achteruit is gegaan. Dit is voor het college reden geweest om in het verweerschrift mee te delen dat een verzwaarde herplantplicht zal worden opgelegd voor deze boom. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet goed is uitgelegd waarom de verslechterde staat van deze boom (die is veroorzaakt door handelingen van vergunninghouder) in deze omstandigheden reden kan zijn voor het verlenen van de kapvergunning. Zo is niet gemotiveerd of er wellicht andere ingrepen mogelijk zouden zijn waardoor deze boom zou kunnen worden behouden zonder onaanvaardbare risico’s op windworp en, als die er zijn, waarom dan niet is gekozen voor weigering van de vergunning.
Conclusie en gevolgen
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening dan ook toe.
Het bestreden besluit van 2 februari 2026 zal worden geschorst. Deze schorsing zal gelden tot zes weken nadat het college een besluit op het bezwaar van verzoekers heeft genomen. Mocht het college niet binnen redelijke termijn een besluit op de bezwaren van verzoekers nemen, dan kan de vergunninghouder en/of een andere partij de voorzieningenrechter vragen om wijziging of opheffing van deze voorlopige voorziening. [5]
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst de bestreden omgevingsvergunning van 2 februari 2026. Die schorsing geldt tot zes weken nadat een besluit op het bezwaar van verzoekers is genomen;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan verzoekers moet vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van