Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.Het standpunt van de rechter
4.De beoordeling
5.De beslissing
- de verzoeker;
- de gewraakte rechter, mr. M.E. van Rossum;
- de betrokken partij(en).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.E. van Rossum, kantonrechter, die de civiele procedure betreffende een verzoek tot ondercuratelestelling behandelde. Het wrakingsverzoek werd ingediend nadat de rechter op 19 maart 2026 een einduitspraak had gedaan in de hoofdzaak.
De verzoeker stelde dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt door het niet naleven van essentiële procedurele regels, waaronder het niet horen van betrokkenen en het niet bieden van een eerlijke procesgang. De rechter heeft het wrakingsverzoek schriftelijk afgewezen en berustte niet in het verzoek.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro wraking alleen mogelijk is indien de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is en dat een wrakingsverzoek niet kan worden ingediend nadat een einduitspraak is gedaan. Omdat het verzoek na de einduitspraak werd ingediend, verklaarde de rechtbank de verzoeker niet-ontvankelijk en zag af van inhoudelijke behandeling. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.