Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1254

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
LEE 25/3614 en 26/1020
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling aanslagen schenkbelasting na betwisting natuurlijke verbintenis

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen aanslagen schenkbelasting voor de jaren 2022 en 2023, opgelegd door de inspecteur. De aanslagen betreffen bedragen die haar broer aan haar heeft overgemaakt, welke door de inspecteur als schenkingen zijn aangemerkt.

Eiseres stelt dat de betalingen geen schenkingen zijn, maar compensaties voor jarenlange onbetaalde arbeid en zorg binnen het gezin van haar broer, gebaseerd op een verbintenis die haar broer had toegezegd. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden niet leiden tot een contractuele of schadeplichtige relatie en dat eiseres in een civiele procedure geen betaling zou kunnen afdwingen.

De rechtbank toetst of sprake is van een natuurlijke verbintenis, waarbij eiseres aannemelijk moet maken dat de morele verplichting van haar broer zo dringend is dat de betalingen als rechtmatig kunnen worden beschouwd. Dit is niet gebleken. Ook persoonlijke omstandigheden van eiseres, zoals zorg voor haar moeder en financiële situatie, leiden niet tot een andere beoordeling.

De rechtbank concludeert dat de aanslagen terecht en naar juiste bedragen zijn opgelegd en verklaart de beroepen ongegrond. Eiseres krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen schenkbelasting 2022 en 2023 worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 25/3614 en 26/1020
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 24 maart 2026 in de zaken tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de inspecteur van Belastingdienst/Particulieren/kantoor Zwolle, de inspecteur

(gemachtigde: mr. [naam 1] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 2 september 2025.
1.1.
De inspecteur heeft aan eiseres voor de jaren 2022 (LEE 25/3614) en 2023 (LEE 26/1020) aanslagen in de schenkbelasting opgelegd.
1.2.
De inspecteur heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.3.
De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft de beroepen van op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de inspecteur, bijgestaan door mr. [naam 2] .
1.5.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De broer van eiseres heeft in 2022 en in 2023 bedragen aan eiseres overgemaakt van respectievelijk € 13.873 en € 18.000. De inspecteur heeft deze betalingen als schenkingen aangemerkt en aanslagen schenkbelasting opgelegd. De aanslagen zijn als volgt berekend:
2022
Totale schenking
€ 13.873
Vrijstelling
€ 2.274
Belaste schenking
€ 11.599
Schenkbelasting (30%)
€ 3.479

2023

Totale schenking
€ 18.000
Vrijstelling
€ 2.418
Belaste schenking
€ 15.582
Schenkbelasting (30%)
€ 4.674
3. De rechtbank beoordeelt of de aanslagen schenkbelasting terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
4. Volgens eiseres zijn de bedragen geen (belaste) schenkingen, maar betalingen vanwege een rechtens afdwingbare dan wel natuurlijke verbintenis. Eiseres voert aan dat ze jarenlang onbetaald arbeid heeft verricht en zich ook op andere manieren voor (het gezin van) haar broer heeft ingezet, met in haar achterhoofd de belofte die haar broer had gedaan dat ze later bij zijn gezin kon gaan inwonen. Die belofte is door haar broer gebroken en nadien heeft hij haar financieel gecompenseerd.
5. De omstandigheden die eiseres noemt zijn naar het oordeel van de rechtbank geen dingen die erop wijzen dat ze bijvoorbeeld een contractuele verhouding met haar broer heeft gekregen en ook niet dat haar broer schadeplichtig is geworden. De rechtbank heeft de overtuiging dat eiseres in een civiele procedure niet met succes betaling van haar broer zou kunnen afdwingen voor deze gang van zaken. De betalingen zijn dus, naar de letter van de wet, schenkingen.
6. Bij beantwoording van de vraag of de betalingen zijn gedaan ter voldoening aan een natuurlijke verbintenis (en daarom zijn vrijgesteld), is de geldende rechtspraak van de Hoge Raad van belang en ook kijkt de rechtbank naar de feitelijke situatie die zich hier, binnen familieverband, heeft afgespeeld. Eiseres moet aannemelijk maken dat alles wat zij gedaan heeft voor haar broer en zijn gezin zodanige vormen heeft aangenomen, dat naar maatschappelijke opvattingen haar broer een morele verplichting had die zo dringend is dat eiseres de betalingen mag beschouwen als iets waar zij recht op heeft. De rechtbank wil geloven dat wat eiseres allemaal heeft gedaan voor haar broer en zijn gezin voor eiseres voelt als iets wat niet normaal is en bovenmatig is, maar dat is objectief voor de rechtbank niet vast te stellen. De rechtspraak legt de lat voor de aanwezigheid van een natuurlijke verbintenis hoog en die lat is met wat er is aangevoerd niet gehaald.
7. Met betrekking tot wat eiseres verder heeft verklaard over haar jarenlange zorg voor moeder, haar handicap, het rouwproces dat zij heeft doorgemaakt en haar krappe beurs wil de rechtbank ook aannemen dat het voor eiseres niet altijd gemakkelijk is geweest (en nog steeds niet is), maar dat is soms wat het leven iemand brengt. Het is voor de rechtbank geen reden om anders over deze aanslagen te denken.
8. Gelet op al het voorgaande zijn de aanslagen terecht en naar de juiste bedragen opgelegd.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de aanslagen in stand blijven. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
10. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Sanna, rechter, in aanwezigheid van
mr.A.A. van der Terp, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.