Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1306

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11794668 BU VERZ 25-1536
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • A.G.Z. Lagerweij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen boete voor foutief parkeren op pleeglocatie

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens parkeren met een ander doel dan op het bord aangegeven op een pleeglocatie in Groningen. Zij voerde aan dat er al jaren een parkeerprobleem is en dat zij met een wijkagent afspraken had gemaakt om de parkeerplaats incidenteel te gebruiken voor het uitladen van een rolstoel of scootmobiel van haar gehandicapte man. Ook stelde zij dat de bebording onduidelijk was en mogelijk ook een invalidenparkeerplaats aanduidde.

De officier van justitie nam geen standpunt in. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat het bord duidelijk aangeeft dat alleen bezoekers mogen parkeren. Betrokkene woont in de flat waarvoor de parkeerplaats bestemd is, waardoor zij niet als bezoeker wordt gezien. De kantonrechter vond de omstandigheden niet voldoende om de boete te matigen of te vernietigen, mede omdat betrokkene geen bewijs leverde van de vermeende afspraken met de wijkagent.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing. De procedure was mondeling behandeld op 27 maart 2026 in Groningen, waarbij betrokkene aanwezig was en de officier van justitie niet vertegenwoordigd was.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor foutief parkeren op de pleeglocatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270213422
zaaknummer: 11794668 BU VERZ 25-1536
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 maart 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren met een ander doel dan op het bord is aangegeven’, verricht op 8 november 2024, om 21:09 uur, op de [adres] in Groningen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 27 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was betrokkene aanwezig. De officier van justitie heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat er al vijftien jaar een parkeerprobleem is bij de [naam flat 1] en de [naam flat 2] . Over dezelfde overtreding heeft de rechtbank al eerder geoordeeld, en dat beroep is gegrond verklaard. Ook stelt betrokkene dat er al meerdere gesprekken zijn gevoerd met een wijkagent over het parkeerprobleem. Zij stelt dat is afgesproken met de wijkagent dat zij de parkeerplaats af en toe mag gebruiken om de rolstoel of scootmobiel van haar man uit de auto te halen, zolang er niet dagelijks wordt geparkeerd.
3. Ook stelt betrokkene dat de bebording onduidelijk is. Het bord kan op twee manieren worden opgevat. Namelijk als invalidenparkeerplaats of als parkeerplaats voor bezoekers. De man van betrokkene is gehandicapt waardoor zij van een invalidenparkeerplaats gebruik mag maken.
4. Van de officier van justitie is over dit beroep geen standpunt bekend.
Beslissing
5. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
6. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. Hij ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Op het onderbord staat vermeld dat alleen bezoekers van de [naam flat 2] en [naam flat 2] op de gehandicaptenparkeerplaats mogen parkeren. Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat betrokkene in de [naam flat 2] woont. De foto is verder heel duidelijk. Dat zijn de feitelijkheden, de rest is te vaag. Verder ziet de kantonrechter wel de omstandigheden, zo kan wel verwarrend zijn als er ook andere auto’s staan, maar van de eerdere uitspraak heeft betrokkene geen bewijs laten zien.
7. Ten slotte ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De afspraken met de wijkagent heeft betrokkene niet aannemelijk gemaakt.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.