Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1308

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11810491 BU VERZ 25-1596
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden wegens onvoldoende bewijs

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 21 juni 2024. Betrokkene heeft vanaf het begin ontkend dat hij het apparaat vasthield terwijl hij reed en stelde dat hij stilstond toen hij het apparaat in de telefoonhouder plaatste.

De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen in het beroep van betrokkene tegen de boete. De kantonrechter heeft het beroep behandeld op 27 maart 2026, waarbij betrokkene aanwezig was en de officier van justitie niet vertegenwoordigd was.

De kantonrechter oordeelt dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is, maar dat concrete omstandigheden die betrokkene aanvoert aanleiding geven tot twijfel. Het dossier bevat onvoldoende informatie om de gedraging vast te stellen. Daarom verklaart de kantonrechter het beroep gegrond en vernietigt de boete en de beslissing van de officier van justitie.

Betrokkene krijgt het bedrag van de zekerheidstelling terug. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden via een schriftelijke procedure.

Uitkomst: De boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267133751
zaaknummer: 11810491 BU VERZ 25-1596
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 maart 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 21 juni 2024, om 18:41 uur, op de Boerakkerweg in Boerakker, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 27 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was betrokkene aanwezig. De officier van justitie heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat hij op het moment van de gedraging stilstond met zijn voertuig. Hij stelt dat de verbalisant heeft gezien dat hij zijn apparaat plaatste aan de oplader in de telefoonhouder. Dit gebeurde volledig stilstaand, waardoor er geen overtreding heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft op de zitting een locatieoverzicht aangeleverd waarmee hij wil aantonen waar hij stond, en waar de verbalisanten vandaan kwamen.
3. Van de officier van justitie is over dit beroep geen standpunt bekend.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een telefoon vasthield tijdens het besturen van genoemde motorvoertuig. Tijdens mijn waarneming heb ik duidelijk en onbelemmerd in/naar het voertuig en naar het mobiel elektronisch apparaat kunnen kijken. Bij de staandehouding zag ik dat het een grijs/zwart betrof die ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden.”
7. Betrokkene heeft van meet af aan ontkend dat hij een mobiel apparaat heeft vastgehouden terwijl hij reed en heeft daarover een plausibel verhaal. Daarom twijfelt de kantonrechter of de gedraging is verricht. Het dossier bevat onvoldoende informatie om de gedraging vast te stellen. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
- vernietigt die inleidende beschikking;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.