ECLI:NL:RBNNE:2026:1309
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden
Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 3 november 2024 in Groningen. Hij stelde dat hij niet de overtreding had begaan omdat zijn auto thuis stond en hij lag te slapen, ondersteund door een buurman en telefoongegevens.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Hoewel het beroepschrift één dag te laat was ingediend, besloot de kantonrechter de termijnoverschrijding te verontschuldigen en het beroep inhoudelijk te behandelen.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisanten, die de overtreding direct hadden waargenomen, voldoende bewijs vormde. Betrokkene leverde geen overtuigend tegenbewijs, zoals getuigenverklaringen, en de telefoongegevens waren niet relevant omdat het vasthouden van een telefoon verboden is, ongeacht gebruik.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de boete van €429,00 in stand. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.