Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens het stil laten staan van een voertuig op een plek waar dat verboden is volgens bord E2, op 24 juni 2024 te Groningen. Betrokkene stelde dat het bord door begroeiing was overwoekerd en daardoor niet duidelijk zichtbaar was. De officier van justitie baseerde zich op foto's van de verbalisant, maar deze toonden het bord niet op de locatie van de auto.
Tijdens de zitting op 6 maart 2026 bij de kantonrechter werd vastgesteld dat het gefotografeerde bord niet van toepassing was op de plek waar de auto stond en dat twijfel bestond over de zichtbaarheid van het andere bord. De kantonrechter oordeelde dat deze twijfel in het voordeel van betrokkene moest worden uitgelegd.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en matigde de boete tot nul euro. Betrokkene krijgt het teveel betaalde bedrag terug. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.