Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1366

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11714596 BU VERZ 25-1100
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • W.B. Jongsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens stilstand bij onduidelijke verkeersbebording gegrond verklaard

Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens het stil laten staan van een voertuig op een plek waar dat verboden is volgens bord E2, op 24 juni 2024 te Groningen. Betrokkene stelde dat het bord door begroeiing was overwoekerd en daardoor niet duidelijk zichtbaar was. De officier van justitie baseerde zich op foto's van de verbalisant, maar deze toonden het bord niet op de locatie van de auto.

Tijdens de zitting op 6 maart 2026 bij de kantonrechter werd vastgesteld dat het gefotografeerde bord niet van toepassing was op de plek waar de auto stond en dat twijfel bestond over de zichtbaarheid van het andere bord. De kantonrechter oordeelde dat deze twijfel in het voordeel van betrokkene moest worden uitgelegd.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en matigde de boete tot nul euro. Betrokkene krijgt het teveel betaalde bedrag terug. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens stilstand bij onduidelijke verkeersbebording is gegrond verklaard en de boete is gematigd tot nul euro.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267237344
zaaknummer: 11714596 BU VERZ 25-1100
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 6 maart 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig stil laten staan waar dat niet mag (bord E2, verbod stilstaan)’, verricht op 24 juni 2024, om 19:47 uur, op de Energieweg in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 6 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene geeft aan dat hij in administratief heeft aangegeven dat het verkeersbord door begroeiing is overwoekerd, en dat de officier van justitie hier niet op heeft gereageerd. De officier verwijst naar de foto’s van de verbalisant. Op de eerste foto is alleen de auto van betrokkene te zien en niet het zichtbare bord. Op de tweede foto is alleen een bord te zien dat parkeren verbiedt. De auto van betrokkene staat hier niet op. Deze foto’s doen geen recht aan de situatie ter plaatse. Het bord op de tweede foto is goed zichtbaar, maar stond ruim honderd meter verderop. Het overwoekerde bord stond ongeveer tien meter van zijn auto vandaan. Dit bord had betrokkene kunnen wijzen op het parkeerverbod op deze plek. Betrokkene heeft foto’s van de locatie bij het beroepschrift gevoegd.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
5. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de bebording niet duidelijk zichtbaar was en matigt de boete daarom tot nul euro. De verbalisant heeft een foto gemaakt van het E2-bord dat men als eerste ziet bij het oprijden van de Energieweg vanaf het Hoendiep. Uit de foto van de gedraging blijkt echter dat de auto van betrokkene verderop op de Energieweg stond. Het gefotografeerde bord is dus niet op betrokkene van toepassing. Bij de kantonrechter bestaat gerede twijfel of het andere bord, dat wel van toepassing was, vanaf het Hoendiep daadwerkelijk goed zichtbaar was. Deze twijfel dient in het voordeel van betrokkene te komen. De kantonrechter zal het beroep daarom gegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 00,00;
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.