Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring (bord C1) op 8 oktober 2024 te Groningen. Betrokkene stelde dat het betreffende gedeelte toegankelijk is voor autoverkeer en overhandigde een routebeschrijving met een C3-bord ter onderbouwing.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 6 maart 2026 werd betrokkene gehoord en vertegenwoordigd door mr. P. Veenstra namens de officier van justitie.
De kantonrechter twijfelde aan de verklaring van de verbalisant en het zaakoverzicht, legde de door betrokkene overgelegde route zelf per fiets af en concludeerde dat de route met de auto is toegestaan en dat er geen C1-bord aanwezig is. Hierdoor kon de overtreding niet worden vastgesteld.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking, en bepaalde dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.