ECLI:NL:RBNNE:2026:1370
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor stilstaan op trottoir in Groningen
Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens stilstaan op het trottoir aan de Westerbinnensingel in Groningen op 3 oktober 2024. Betrokkene stelde dat het weggedeelte geen trottoir was, maar een weg met inrit, en voerde tevens schending van de hoorplicht aan.
De kantonrechter oordeelde dat het met trottoirtegels belegde weggedeelte naar uiterlijke verschijningsvorm bestemd is voor voetgangers en dus als trottoir moet worden aangemerkt. Het feit dat men over dit gedeelte moet rijden om de straat in te komen, verandert hier niets aan; stilstaan is echter niet toegestaan.
De verklaring van de verbalisant was voldoende bewijs voor de overtreding, en er waren geen concrete omstandigheden die twijfel opriepen. De kantonrechter vond geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen en stelde dat de hoorplicht slechts incidenteel was geschonden, zonder gevolgen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor stilstaan op het trottoir wordt ongegrond verklaard.