Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1372

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11742752 BU VERZ 25-1195
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)R545 Verkeersvoorschrift
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen boete voor vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens fietsen

Betrokkene kreeg een boete van €169 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op 16 juni 2024 in Groningen. Hij stelde dat de telefoon uitgeschakeld was en dat hem een waarschuwing was gegeven. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 24 februari 2026 werd vastgesteld dat betrokkene de overtreding niet betwistte. De verbalisanten verklaarden op ambtsbelofte dat betrokkene de telefoon vasthield terwijl deze aanstond en werkte, en dat geen waarschuwing was gegeven vanwege de gevaarzetting. De kantonrechter oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat de overtreding vaststaat en de telefoon aanstond.

De kantonrechter deed direct uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits aan voorwaarden wordt voldaan.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267133706
zaaknummer: 11742752 BU VERZ 25-1195

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van24 februari 2026

in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 16 juni 2024, om 14:18 uur, op het Akerkhof in Groningen, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene stelt dat zijn telefoon niet werkte en uitstond toen hij deze tussen zijn hand en het stuur van de fiets geklemd had. Bij de staandehouding is hem door de agenten verteld dat het gesprek en een waarschuwing zouden volstaan, er werd geen boete opgelegd. Ook zou de ov-fietsverhuurder voortaan mensen die voor het eerst een fiets huren gaan waarschuwen over het verbod om te fietsen met een telefoon in de hand.
3. De vertegenwoordigster verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet. Deze kan daarom worden vastgesteld.
6. Hij stelt dat de telefoon niet werkte, uitgeschakeld was en dat hem een waarschuwing is gegeven.
6.1.
De verbalisanten hebben op ambtsbelofte een aanvullend proces-verbaal opgemaakt. Daarin verklaren zij dat betrokkene al fietsend in de richting van het scherm van de telefoon keek terwijl hij de telefoon vasthield ter hoogte van zijn borst/buik. Ook verklaren de verbalisanten dat betrokkene geen waarschuwing is gegeven, maar dat hem gezien de gevaarzetting een bekeuring is aangezegd.
6.2.
Uit deze verklaring maakt de kantonrechter op dat de telefoon was ingeschakeld en werkte en dat betrokkene geen waarschuwing is gegeven. Hij zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.