ECLI:NL:RBNNE:2026:1375
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- W.B. Jongsma
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor onnodig geluid bromfiets
Betrokkene kreeg een boete van €219 opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een bromfiets op 6 oktober 2024 in Appingedam. De boete werd opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 6 maart 2026 voerde de gemachtigde van betrokkene aan dat het geluid niet onnodig was en dat het enkele feit dat het voertuig luid was onvoldoende bewijs vormt. Ook werd aangevoerd dat een aanvullend proces-verbaal ontbrak en dat de verbalisant niet had vastgesteld dat het geluid het normaal geaccepteerde niveau overschreed. Verder werd gesteld dat de bromfiets niet aan de permanente voertuigeisen voldeed, waardoor een meting had moeten plaatsvinden.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht voldoende is om de overtreding vast te stellen, tenzij concrete omstandigheden twijfel zaaien, wat hier niet het geval was. Uit de verklaring bleek dat de bromfiets meer geluid produceerde dan nodig, mede doordat de decibelkiller was verwijderd. Dit rechtvaardigde de sanctie voor onnodig geluid. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen of te vernietigen en wees het beroep af zonder proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor onnodig geluid met de bromfiets wordt ongegrond verklaard.