Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1414

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
LEE 25/2800
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wet bzmArt. 13 Wet bzmArt. 15 Wet bzmArt. 2 Wet motorrijtuigenbelasting 1994Art. 6 Uitvoeringsbesluit bzm
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag en verzuimboete belasting zware motorrijtuigen

Eiser is houder van een veegauto met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg. De inspecteur legde een naheffingsaanslag belasting zware motorrijtuigen (bzm) en een verzuimboete op wegens het niet doen van aangifte bzm. Eiser betoogde dat zijn motorrijtuig niet bestemd of gebruikt wordt voor goederenvervoer en dat het onder de vrijstelling voor aanleg en onderhoud van wegen valt.

De rechtbank oordeelt dat het motorrijtuig wel een laadfunctie heeft omdat het water en vuil kan vervoeren, ook al is dit voor reinigingswerkzaamheden. De inrichting van het voertuig maakt dat het ook voor andere doeleinden dan aanleg en onderhoud van wegen kan worden gebruikt, waardoor het niet onder de vrijstelling valt. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd.

De verzuimboete is eveneens terecht opgelegd omdat eiser geen pleitbaar standpunt heeft en geen omstandigheden heeft gesteld die het opleggen van de boete in de weg staan. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van het griffierecht deels toe.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/2800
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en
de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen/kantoor Apeldoorn, de inspecteur
(gemachtigde: [naam 1] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 8 juli 2025.
1.1.
De inspecteur heeft aan eiser een naheffingsaanslag Belasting zware motorrijtuigen (bzm) van € 12 opgelegd (de naheffingsaanslag).
1.2.
Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur aan eiser een verzuimboete van € 275 opgelegd (de verzuimboete).
1.3.
De inspecteur heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.4.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn dochter [naam 2] en de gemachtigde van de inspecteur, bijgestaan door [naam 3] .

Feiten

2. Eiser staat in het door de Dienst Wegverkeer bijgehouden kentekenregister vanaf 13 februari 2017 geregistreerd als houder van de vrachtauto met kenteken [kenteken] , merk DAF, type FA CF, met de inrichting straatveger, reiniger, rioolzuiger (het motorrijtuig).
2.1.
De toegestane maximum massa van het motorrijtuig is meer dan 12.000 kg.
2.2.
In verband met de inwerkingtreding van het Kaderbesluit bzm per 1 oktober 2023 is in de periode 27 - 29 september 2023 de brief 'Verandering regelgeving belasting zware motorrijtuigen (eurovignet)' naar eiser gestuurd. In deze brief staat, voor zover van belang, het volgende:

U bent houder van 1 of meer vrachtauto's of vrachtautocombinaties met een toegestane maximum massa van 12.000 kilo of meer. U betaalt daar motorrijtuigenbelasting (mrb) voor en misschien belasting zware motorrijtuigen (bzm). Hebt u nog nooit aangifte bzm moeten doen? Bijvoorbeeld omdat u tot nu toe geen bzm hoefde te betalen? Door veranderde regelgeving moet u vanaf 1 oktober 2023 misschien wél aangifte bzm doen en bzm betalen. In deze brief leest u of dat voor u geldt en hoe u aangifte bzm doet.

In welke situaties moet u aangifte bzm doen?

U moet aangifte bzm doen en bzm betalen in de volgende situaties. Uw vrachtauto(combinatie):

- heeft een toegestane maximum massa van 12.000 kilo of meer

De toegestane maximum massa is de toegestane maximum massa van de vrachtauto plus de hoogst toegestane maximum massa van een aanhangwagen die aan deze vrachtauto gekoppeld is.

- is bestemd voor en/of wordt gebruikt voor goederenvervoer

‘Bestemd voor goederenvervoer’ houdt in dat het motorrijtuig is ingericht voor goederenvervoer. Als u met dit motorrijtuig geen goederen vervoert en dus met een lege vrachtauto(combinatie) rijdt, moet u toch aangifte bzm doen en bzm betalen. Gebruikt u de vrachtauto(combinatie) om goederen te vervoeren, maar is het motorrijtuig daar eigenlijk niet voor bestemd of ingericht? Ook dan moet u aangifte bzm doen en bzm betalen.

- maakt gebruik van de autosnelweg

Houdt u er rekening mee dat u aangifte bzm moet doen voordat u gebruikmaakt van de autosnelweg.

In welke situaties hoeft u geen aangifte bzm te doen?

U hoeftgeenaangifte bzm doen engeenbzm te betalen als:
(…)
- de vrachtauto(combinatie) automatisch is vrijgesteld van bzm
Dat geldt in de volgende situaties. Het motorrijtuig:
(…)
- is ingericht en wordt uitsluitend gebruikt voor aanleg en onderhoud van wegen. De inrichting is leidend. Deze moet alleen dienen voor de aanleg en onderhoud van wegen. In het Kaderbesluit bzm is dit verder toegelicht en is goedgekeurd dat de volgende motorrijtuigen in ieder geval ook onder deze vrijstelling vallen:
(…)
o Straal-/zuigwagen met een vaste inrichting en uitsluitend gebruikt voor het verwijderen van onderdelen van wegen, zoals wegmarkeringen.
(…)”
2.3.
Het motorrijtuig is op 21 oktober 2024 omstreeks 10.47 uur door een toezichtsmedewerker van de Belastingdienst op de autosnelweg A7 gecontroleerd, waarbij is vastgesteld dat geen aangifte bzm was gedaan. Naar aanleiding hiervan zijn de naheffingsaanslag en de verzuimboete aan eiser opgelegd.
2.4.
Eiser heeft in e-mailcontact op 17 juni 2025 met de inspecteur over het gebruik van het motorrijtuig het volgende geschreven:

De veegwagen is ingericht bedoelt voor de aanleg en onderhoud van wegen en wordt ook niet voor andere doeleinde gebruikt. Wij staan erbij als er nieuw asfalt op de weg komt en zorgen dat alles weer schoon en gereinigd wordt. Mocht er op een bestaande weg vuil etc. liggen dan worden wij daar ook voor gebeld.
De grote buis achterop is voor het afzuigen van eventuele restafval of diep liggend puin etc.
En daarop volgend op 24 juni 2025 het volgende:

Het opgeveegde of gezuigde afval en puin zit in de bak, en wordt op (werk) locatie gestoord en afgevoerd door onze opdrachtgever.
De opdrachtgever zorgt voor de juiste verwerking hiervan.”

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag bzm en de verzuimboete terecht zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur de naheffingsaanslag terecht aan eiser opgelegd
.De verzuimboete is naar het oordeel van de rechtbank onterecht opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. Eiser stelt dat het motorrijtuig niet bestemd is of gebruikt wordt voor goederenvervoer. Het motorrijtuig is speciaal ingericht als veeg-/zuigmachine. Eiser voert aan dat het motorrijtuig geen losse laadfunctie heeft. Het motorrijtuig zuigt enkel restafval op via een slang en dit afval wordt op de werklocatie achtergelaten. Gelet hierop kwalificeert het motorrijtuig volgens eiser niet voor de bzm. Indien er wel bzm verschuldigd is, stelt eiser dat het motorrijtuig uitsluitend wordt gebruikt voor aanleg en onderhoud van wegen. Volgens eiser valt zijn motorrijtuig onder de vrijstelling voor de bzm voor een straal-/zuigwagen.
6. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat sprake is van een zwaar motorrijtuig en dat er terecht bzm is geheven. Volgens de inspecteur valt het motorrijtuig niet onder de vrijstelling, omdat het motorrijtuig ook andere toepassingsmogelijkheden heeft en dus niet uitsluitend is ingericht voor aanleg en onderhoud van wegen.
Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?
7. In de Wet belasting zware motorrijtuigen (Wet bzm), zoals die luidt vanaf 1 juli 2019, is het begrip zwaar motorrijtuig omschreven als [1] :

“een motorrijtuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, bestemd of gebruikt voor het goederenvervoer over de weg, waarvan de toegestane maximum massa 12 000 kilogram of meer bedraagt dan wel waarvan de toegestane maximum massa vermeerderd met de toegestane maximum massa van het voertuig, niet zijnde een motorrijtuig, dat door dat motorrijtuig wordt voortbewogen, 12 000 kilogram of meer bedraagt;”

7.1.
Op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel d van de Wet bzm wordt een vrijstelling van bzm verleend voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor de aanleg en het onderhoud van wegen. Artikel 6 van Pro het Uitvoeringsbesluit bzm bepaalt dat de vrijstelling van toepassing is als de houder van het motorrijtuig zich bezighoudt met de aanleg en het onderhoud van wegen.
7.2.
In het Kaderbesluit bzm [2] staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

2.2 Bestemd voor goederenvervoer
(…)
Een motorrijtuig is 'bestemd voor het goederenverkeer over de weg' als het een laadfunctie kan vervullen. Het is daarbij niet relevant of tijdens een rit daadwerkelijk lading wordt vervoerd. Zo kan een trekker zonder oplegger géén laadfunctie vervullen, waardoor een dergelijk motorrijtuig niet 'bestemd is voor goederenvervoer over de weg'.
(…)
4.2
Motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor aanleg en
onderhoud van wegen
“Een motorrijtuig voor de aanleg en het onderhoud van wegen moet als zodanig zijn ingericht en uitsluitend daarvoor worden gebruikt. De inrichting is leidend. De inrichting moet zodanig zijn dat deze alleen dient voor de aanleg en onderhoud van wegen.
Dit betekent dat:
-
het motorrijtuig zelf één van de machines is waarmee de weg wordt aangelegd en onderhouden;
en
-
het motorrijtuig rechtstreeks voor het verrichten van de eigenlijke wegenbouwwerkzaamheden moet dienen. Motorrijtuigen die ook andere mogelijkheden van gebruik hebben dan enkel aanleg en onderhoud van wegen, kunnen dus niet onder de vrijstelling worden begrepen.
(…)
Gezien het voorgaande vallen de volgende motorrijtuigen in ieder geval onder de vrijstelling:
(…)
- een straal-/zuigwagen met een vaste inrichting en uitsluitend gebruikt voor het verwijderen van onderdelen van wegen, zoals wegmarkeringen; en
(…)”
8. De rechtbank volgt eiser niet zijn stelling dat er geen sprake is van een zwaar motorrijtuig voor de bzm omdat een laadfunctie ontbreekt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het motorrijtuig van eiser namelijk wel een laadfunctie. Het motorrijtuig kan immers water (dan wel een mengsel van water en vuil) vervoeren. De omstandigheid dat dat water essentieel is voor de (reinigings)werkzaamheden die met het motorrijtuig worden uitgevoerd, maakt dat oordeel niet anders. Ook de verklaring van eiser dat opgezogen afval op de werkplaats wordt achtergelaten en dat het dus om slechts (zeer) korte stukken vervoer gaat, maakt niet dat er geen sprake is van een laadfunctie. Het motorrijtuig van eiser is daarom aan te merken als een zwaar motorrijtuig in de zin artikel 3 van Pro de Wet bzm.
9. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of er sprake is van een vrijstelling. Voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter d van de Wet bzm moet worden getoetst of het motorrijtuig geen enkele andere gebruiksmogelijkheid bezit dan het aanleggen en onderhouden van wegen. Uit het Kaderbesluit bzm blijkt dat hiervoor de inrichting leidend is en dat in ieder geval onder de vrijstelling valt ‘een straal-/zuigwagen met een vaste inrichting en uitsluitend gebruikt voor het verwijderen van onderdelen van wegen, zoals wegmarkeringen’. De rechtbank stelt voorop dat nu eiser een beroep doet op de vrijstelling op hem de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat het motorrijtuig aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoet.
9.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser, met hetgeen hij heeft aangevoerd, tegenover de gemotiveerde betwisting van de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een motorrijtuig dat is ingericht en uitsluitend wordt gebruikt voor aanleg en onderhoud van wegen. Het motorrijtuig van eiser is zo ingericht dat deze ook kán worden gebruikt voor andere doeleinden dan uitsluitend voor aanleg en onderhoud van wegen, bijvoorbeeld voor het schoonvegen van de weg na een festival. Ook wordt het motorijtuig van eiser niet gebruikt voor het verwijderen van onderdelen van de weg, maar voor het schoonvegen van de weg nadien, zodat het motorrijtuig ook niet onder de vrijstelling voor straal-/zuigwagens valt. Dit betekent dat de inspecteur terecht heeft geconcludeerd dat het motorrijtuig niet aan de voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel d van de Wet bzm.
Is de verzuimboete terecht en tot het juiste bedrag opgelegd?
10. Als een belastingplichtige de verschuldigde belasting in geval van gebruik van de weg met een zwaar motorrijtuig niet heeft betaald, kan de inspecteur een verzuimboete opleggen van maximaal € 5.514. [3] Paragraaf 36, derde lid van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bepaalt dat, indien wordt geconstateerd dat de verschuldigde belasting inzake de Wet bzm niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn is betaald, dit een verzuim vormt ter zake waarvan de inspecteur een verzuimboete kan opleggen van 5 procent van het wettelijk maximum van artikel 13 van Pro de Wet bzm (€ 275).
11. De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat de naheffingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd (9.1). Er is dus sprake van een verzuim als bedoeld in artikel 13 van Pro de Wet bzm. Dat betekent dat de verzuimboete als uitgangspunt terecht aan eiser is opgelegd.
12. De verzuimboete heeft tot doel het inscherpen van fiscale verplichtingen. Voor het opleggen van een dergelijke boete is niet vereist dat sprake is van opzet of grove schuld. Alleen bij een pleitbaar standpunt of bij afwezigheid van alle schuld (avas) dient oplegging van een boete achterwege te blijven. De rechtbank is niet gebleken dat er sprake is van een pleitbaar standpunt. Verder heeft eiser ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat sprake is van avas. Naar het oordeel van de rechtbank is de verzuimboete van € 275 ook passend en geboden.
13. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verzuimboete terecht en tot de juiste hoogte aan belanghebbende is opgelegd.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
14.1.
De rechtbank heeft ten onrechte € 194 aan griffierecht geheven. Dat had € 53 moeten zijn. [4] De rechtbank zal daarom € 141 griffierecht terug betalen aan eiser.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Brekelmans, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Schultinga, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 23 april 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 3, onderdeel a van de Wet bzm.
2.Besluit van 25 augustus 2023, nr. 2023-7277, Staatscourant 2023, 23373.
3.Artikel 13 van Pro de Wet bzm (tekst 2024).
4.Op grond van Bijlage 3 Regeling verlaagd griffierecht (artikelen 8:41 en 8:109) valt de Wet bzm niet onder in artikel 2 genoemde Pro uitzonderingen voor het verhoogde tarief voor natuurlijke personen.