Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1415

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
LEE 25/2660
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens ontbreken rechtsgeldig ingediend bezwaarschrift tegen WOZ-waarde

Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld op 1 januari 2023. De rechtbank beoordeelde of het bezwaarschrift rechtsgeldig was ingediend, wat vereist dat het bestuursorgaan het bezwaar heeft ontvangen.

Eiser voerde aan dat het bezwaar per aangetekende post was verzonden met een track & trace-code en tevens per e-mail was verzonden. De heffingsambtenaar betwistte ontvangst van beide, ondersteund door verklaringen over de postverwerking en het niet openstaan van de digitale indieningsweg.

De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat het bezwaar daadwerkelijk per post of e-mail was ontvangen. Een track & trace-code toont alleen verzending van post, niet de inhoud. Ook het ontbreken van ontvangst- of leesbevestiging van de e-mail maakte de verzending niet aannemelijk.

Omdat geen rechtsgeldig bezwaar was ingediend, is er geen beslistermijn gaan lopen en is het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen rechtsgeldig bezwaarschrift is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/2660
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 16 april 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de heffingsambtenaar volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 29 februari 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft op 3 oktober 2025 een bericht gestuurd aan partijen.
1.3.
Beide partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de gemachtigde van eiser: mr. I. van Kroonenburg en de heffingsambtenaar ( [naam 1] ), bijgestaan door [naam 2] en mr. [naam 3] .

Feiten

2. De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2023 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 556.000 (de beschikking).

Beoordeling door de rechtbank

3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
4. Tussen partijen is in geschil of eiser een bezwaarschrift tegen de beschikking heeft ingediend. Het gaat daarbij om ‘indienen’ in de juridische betekenis van dat woord: volgens artikel 6:9, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is daarvoor beslissend of het bestuursorgaan het bezwaar heeft ontvangen. De rechtbank beoordeelt daarom eerst de vraag of het bezwaarschrift rechtsgeldig is ingediend. Als het antwoord op die vraag bevestigend is, zal de rechtbank beoordelen of de heffingsambtenaar tijdig heeft beslist op het bezwaar en zo nee, of er in dat geval recht bestaat op een dwangsom. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
5. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bezwaar daadwerkelijk is ingediend. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is er rechtsgeldig bezwaar ingediend per post?
6. Eiser stelt dat hij het bezwaarschrift per aangetekende post heeft verstuurd op 29 februari 2024. Hij heeft een track & trace-code van PostNL overgelegd, waar volgens hem uit blijkt dat het bezwaar verstuurd is en ook ontvangen is door de heffingsambtenaar.
7. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat er per post geen bezwaar is ontvangen. Volgens de heffingsambtenaar zat het bezwaar van eiser niet bij de op het gemeentehuis ontvangen post met de genoemde track & trace-code. Ter onderbouwing heeft de heffingsambtenaar een verklaring overgelegd, met toelichting op de standaardwerkwijze bij fysiek binnenkomende post en op de uitgevoerde controles (door het team DIV en team Belastingen), waaruit volgt dat er geen bezwaar van eiser per post is ontvangen.
8. Nu de heffingsambtenaar de ontvangst van het bezwaar gemotiveerd betwist, ligt de bewijslast om in ieder geval de verzending aannemelijk te maken bij eiser. Van verzending per post is in dit verband sprake, als het geheel van handelingen is verricht dat noodzakelijk is om een poststuk door middel van de postdienst de geadresseerde te doen bereiken. [2] De enkele stelling dat het ter post is bezorgd, is onvoldoende om aan te nemen dat het bezwaarschrift is verzonden. Eiser moet aannemelijk maken dat en wanneer het bezwaarschrift ter post is bezorgd.
9. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aan zijn bewijslast heeft voldaan. Eiser heeft als bewijs een track & trace-code van aangetekende post overgelegd. De heffingsambtenaar ontkent niet dat er post met die track & trace-code is ontvangen. Eiser heeft echter geen bewijs aangeleverd dat bij dit pakket met aangetekende post (dat is verzonden met de betreffende track & trace-code) ook daadwerkelijk het bezwaar van eiser zat. De gemachtigde van eiser heeft bijvoorbeeld geen verzendadministratie met een overzicht van verzonden stukken overgelegd, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat bij de verzonden post met die track & trace-code het bezwaar van eiser zat. Eiser heeft alleen een screenshot laten zien van de track & trace-code, waaruit niet meer kan worden afgeleid dan dat er post is uitgegaan naar de Gemeente Midden-Groningen. Om welke post dat ging, blijft ongewis. De systeemmelding dat een pdf van het bezwaar ‘is toegevoegd’ is voor de rechtbank onvoldoende: een pdf is immers geen fysiek poststuk en waar die pdf aan is toegevoegd, blijkt ook niet uit de systeemmelding. Uit de aangeleverde bewijsstukken valt daarom naar het oordeel van de rechtbank niet af te leiden dat geheel van de door (de gemachtigde van) eiser verrichte handelingen daadwerkelijk is geëindigd met terpostbezorging. Eiser heeft de verzending dus niet aannemelijk gemaakt. Daaruit volgt dat er ook geen vermoeden van ontvangst kan worden aangenomen.
10. Eiser heeft nog gewezen op de omstandigheid dat de heffingsambtenaar niet heeft gereageerd op de overzichtslijsten die de gemachtigde in de loop van 2024 aan de heffingsambtenaar heeft toegezonden, waarop ook het bezwaar van eiser stond vermeld. De heffingsambtenaar had dus volgens eiser actief moeten signaleren dat er geen bezwaar binnen was gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan – gelet op de jurisprudentie over de hier geldende ontvangsttheorie – uit het enkele uitblijven van een zodanige signalering niet worden afgeleid dat het bezwaar wel moet zijn ontvangen.
11. Juridisch is er via de post geen bezwaar ingediend.
Is er rechtsgeldig bezwaar ingediend per e-mail?
12. De gemachtigde van eiser stelt dat zijn werkwijze bij het indienen van een bezwaar zo is, dat naast het versturen per post er automatisch ook een e-mail wordt gestuurd naar de heffingsambtenaar met het bezwaar. Volgens eiser is er in dit geval op 2 maart 2024 een e-mail met het bezwaarschrift gestuurd naar de heffingsambtenaar en is er volgens hem ook via deze (elektronische) weg rechtsgeldig en tijdig bezwaar gemaakt. Deze e-mail is verzonden naar het adres [mailadres]. Volgens eiser wordt dit e-mailadres door de heffingsambtenaar zelf actief gebruikt voor WOZ-gerelateerde correspondentie. Daarom is eiser van mening dat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat het bezwaar via dit adres de heffingsambtenaar bereikt.
13. De heffingsambtenaar heeft op de zitting verklaard deze e-mail niet te hebben ontvangen. Hij is van mening dat er ook via deze weg dus helemaal geen bezwaar is ingediend. Daarnaast stelt de heffingsambtenaar dat de digitale weg om bezwaar in te dienen niet open stond voor de gemachtigde van eiser.
14. De rechtbank stelt voorop dat nu de heffingsambtenaar de ontvangst van de e-mail betwist, de bewijslast om in ieder geval de verzending aannemelijk te maken, bij eiser ligt (zie 8.). Eiser heeft alleen een screenshot van de betreffende e-mail zelf laten zien. Dat bewijst – zonder nadere context – hooguit het bestaan van een bericht (al dan niet in concept aangemaakt). Dat er een datum- en tijdstempel te zien is, betekent nog niet dat deze e-mail ook daadwerkelijk is verzonden, laat staan ontvangen. Eiser heeft ter onderbouwing van de daadwerkelijke verzending geen afleverbericht, leesbevestiging of ontvangstbevestiging van de e-mail overgelegd. De gemachtigde van eiser heeft verklaard dat hij sinds 2025 werken met systeem waarbij de succesvolle aflevering van een e-mail wordt bevestigd. Dat systeem was in 2024 echter nog niet operationeel en dus kwam er geen ontvangstbevestiging bij het versturen van e-mails. Eiser heeft de verzending van de e-mail dus niet aannemelijk heeft gemaakt. Daaruit volgt dat er ook geen vermoeden van ontvangst kan worden aangenomen.
15. Eiser heeft nog gesteld dat (ook) onder het oude systeem een retourmelding volgt als de aflevering is mislukt. A contrario kan uit het ontbreken van zo’n retourmelding worden afgeleid dat de verzending wél is gelukt, aldus eiser. Naar het oordeel van de rechtbank kan – gelet op de jurisprudentie over de hier geldende ontvangsttheorie – uit het enkele uitblijven van een zodanige retourmelding niet worden afgeleid dat de e-mail wel moet zijn ontvangen.
16. Juridisch is er ook via e-mail geen bezwaar ingediend. Het door de heffingsambtenaar ingebrachte verweer, dat de digitale weg überhaupt niet openstond voor de gemachtigde van eiser, behoeft daarom verder geen behandeling.

Conclusie en gevolgen

17. Omdat er geen bezwaarschrift is ingediend, is er ook geen beslistermijn gaan lopen. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Heidekamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Schultinga, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 16 april 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Hoge Raad 18 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1609, r.o. 2.4; Hoge Raad 11 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1423, r.o. 3.1.