Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres], uit [woonplaats], eisers
Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
28 augustus 2025 voor de aanvraag voor een AVV voor het adres: [adres], [postcode], te [woonplaats] (het adres). Eisers zijn in 2012 eigenaar geworden van de in 1964 gebouwde woning op dit adres. In 2017 is die woning gesloopt en hebben eisers een nieuwe woning laten bouwen. Tijdens de zitting is gebleken dat er sprake is van een misverstand over de vraag of eisers de AVV of de VES hebben willen aanvragen. Het bestreden besluit ziet op de AVV. Eisers stellen echter dat uitgegaan had moeten worden van een VES-aanvraag. Ook is sprake van een misverstand ten opzichte van de vraag of de vergoeding betrekking moet hebben op de oude dan wel de nieuwe woning.
€ 10.000,- gekregen. Eisers willen gelijk behandeld worden. In het primaire besluit van
10 juli 2025 staat ook in de ‘betreft-regel’: Besluit vaste vergoeding. Eisers menen dan ook dat zij er vanuit mochten gaan dat het om de VES ging.
€ 5.000]. De regels en voorwaarden die gelden voor deze regeling zijn vastgelegd in de Werkwijze.
Het Instituut kan een aanvullende vaste vergoeding toekennen, indien: fysieke schade aan dat object eerder is behandeld door de NAM, het CVW, de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut” [1] . Verder is in de Werkwijze onder meer als voorwaarde opgenomen dat de aanvraag moet gaan om een woning die binnen zes kilometer van de grens van het Groningenveld, de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk ligt, en een bouwjaar heeft van 2012 of eerder. [2]