ECLI:NL:RBNNE:2026:1544
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot gijzeling wegens gebrek aan betalingsonwil bij ontnemingsmaatregel
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 29 april 2026 de vordering van de officier van justitie tot het opleggen van 1.080 dagen gijzeling aan veroordeelde wegens niet-nakoming van een ontnemingsmaatregel opgelegd door een Duitse rechtbank in 2010.
De officier van justitie stelde dat veroordeelde betalingsonwil vertoonde, onderbouwd met het bestaan van meerdere bedrijven en betalingen van andere zaken. Veroordeelde betoogde dat hij niet onwillig maar onmachtig is te betalen, met een laag inkomen als invalkracht en zonder vermogen. Hij ontkende betrokkenheid bij genoemde bedrijven en gaf aan dat eerdere vorderingen tot gijzeling ook waren afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat gijzeling alleen kan worden opgelegd bij betalingsonwil en niet bij betalingsonmacht. Omdat veroordeelde aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat is te betalen en de officier van justitie onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd voor betalingsonwil, werd de vordering afgewezen.
De beslissing bevestigt dat gijzeling als pressiemiddel niet mag worden ingezet tegen personen die daadwerkelijk niet kunnen betalen, en benadrukt het belang van concrete bewijsvoering van betalingsmogelijkheden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot gijzeling af omdat veroordeelde aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is te betalen en er geen sprake is van betalingsonwil.