Verzoeker heeft een persoonsgebonden budget ontvangen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 voor hulp bij het huishouden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) meldde dat een declaratie van de zorgverlener over december 2025 niet betaald kon worden vanwege een tekort van €10,17 in het budget. Het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân kon dit tekort niet aanvullen, maar verzoeker ontving wel €21,19 van het college om het tekort te dekken.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om het college op te dragen het budget bij de Svb aan te vullen zodat de zorgverlener betaald kan worden. De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is indien formele en materiële connexiteit aanwezig is, dat wil zeggen dat er een bezwaar- of beroepschrift en een besluit moeten zijn overgelegd.
Verzoeker heeft geen connex bezwaar- of beroepschrift of besluit overgelegd ondanks een verzoek daartoe van de rechtbank. Daarnaast ontbreekt een spoedeisend belang. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en wijst het af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.