Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1548

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
18-182432-20
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:13 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging en aanhouding definitieve beslissing

Op 29 april 2021 is aan veroordeelde een tbs met voorwaarden opgelegd wegens poging tot moord, later omgezet naar tbs met dwangverpleging. De tbs is meerdere malen verlengd, laatstelijk op 22 april 2025.

De rechtbank ontving een verlengingsadvies van de forensisch psychiatrische kliniek waarin wordt gesteld dat veroordeelde stabiel functioneert, abstinent is en ziekte-inzicht heeft. Er is een afschaling van het beveiligingsniveau en een succesvolle overplaatsing naar een forensisch psychiatrisch centrum. Veroordeelde heeft alle stappen van begeleid en onbegeleid verlof doorlopen en is gemotiveerd door zijn opleiding.

De officier van justitie vordert verlenging van de tbs met één jaar. Veroordeelde verzoekt om aanhouding van de definitieve beslissing en het opstellen van een reclasseringsrapport over de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging. De rechtbank ziet aanleiding om deze weg te beproeven en verlengt de tbs met één jaar, houdt de definitieve beslissing aan voor drie maanden en geeft opdracht tot het opstellen van het rapport.

De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland op 16 april 2026.

Uitkomst: De tbs met dwangverpleging wordt met één jaar verlengd en de definitieve beslissing wordt aangehouden voor drie maanden voor een reclasseringsrapport.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Locatie Groningen
Parketnummer: 18-182432-20
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 16 april 2026 op de vordering van de officier van justitie strekkende tot de verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege
in de zaak tegen:

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , thans verblijvende [verblijfplaats] ,
hierna: veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van veroordeelde zal verlengen met één jaar.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 2 april 2026, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman mr. E. van der Meer, de officier van justitie mr. A.J. Kemkers en per videoverbinding was aanwezig L. van Pinxteren als deskundige.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het verlengingsadvies van het behandelteam van de forensisch psychiatrische kliniek (hierna: FPK) [instelling] d.d. 12 februari 2026 dat onder meer is ondertekend door het hoofd van de instelling waar veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd alsmede de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van veroordeelde.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 29 april 2021 heeft deze rechtbank veroordeelde wegens poging tot moord onder meer ter beschikking gesteld met voorwaarden. De terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is aangevangen op 29 april 2021 en bij beslissing van 28 december 2021 omgezet naar een tbs met verpleging van overheidswege. Het hof heeft vorenbedoelde omzettingsbeslissing van de rechtbank op 25 mei 2022 bevestigd. Bij beslissing van 4 april 2023 is de tbs met twee jaren verlengd. De tbs met dwangverpleging is laatstelijk op 22 april 2025 met één jaar verlengd.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. In dit verlengingsadvies is onder meer zakelijk weergegeven het volgende aangegeven:
Bij veroordeelde is een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en een stoornis in het gebruik van cannabis, amfetamine en alcohol gediagnosticeerd. Het middelengebruik werkt ontwrichtend op zijn psychotische kwetsbaarheid. Momenteel is er, gegeven adequate instelling op antipsychotische depotmedicatie en toezicht op abstinentie, sprake van een stabiel functioneren binnen de kliniek.
Veroordeelde kent een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis. Er is sprake van een patroon waarbij binnen een klinische setting stabilisatie optreedt nadat veroordeelde is ingesteld op antipsychotica en er toezicht is op abstinentie, maar hij na het wegvallen van deze structuur en toezicht na ontslag opnieuw ontregelt door onder andere het staken van de medicatie en hervatten van drugsgebruik. Dit vanuit zeer beperkt ziektebesef en zelfoverschatting, maar mogelijk ook vanuit overschatting door hulpverlening.
Gegeven het behandelbeleid hebben zich sinds maart 2022 geen psychotische episodes meer voorgedaan. Veroordeelde krijgt sinds 2020 op vrijwillige basis depotmedicatie en neemt actief deel aan zijn behandelprogramma en is langdurig abstinent van middelen waardoor er een stabiel beeld is ontstaan. Hij steekt veel tijd in zijn opleiding dat mede als motivator fungeert om het stabiele functioneren voort te blijven zetten. Binnen de huidige structuur van een klinische setting is het recidiverisico gereduceerd tot laag. Veroordeelde heeft vanaf 9 augustus 2024 alle stappen van het begeleid en onbegeleid verlof naar tevredenheid doorlopen. In november 2025 is de aanvraag voor transmuraal verlof goedgekeurd. Gegeven het goede beloop en de huidige risico-inschatting wordt afschaling van het beveiligingsniveau als passend
beschouwd. Veroordeelde voldoet momenteel aan de eisen om door te stromen naar de FPA in [plaats] . Het komende jaar wil de FPK [instelling] gaan toetsen of veroordeelde in staat is om met meer vrijheden om te gaan, abstinent te blijven en hetgeen hij geleerd heeft in de praktijk toe te passen. Daarnaast zal worden onderzocht wat er nodig is om een terugkeer naar zijn eigen huis mogelijk te maken en zal daarnaar worden toegewerkt.
De deskundige L. van Pinxteren heeft het verlengingsadvies tijdens de zitting van 2 april 2026 bevestigd.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.
Het standpunt van de veroordeelde en diens raadsman
Veroordeelde heeft tijdens de zitting van 2 april 2026 aangegeven dat hij inmiddels in de FPA in [plaats] is geplaatst. Ook is hij er zich van bewust dat hij zijn leven lang medicatie moet blijven innemen om stabiel te kunnen functioneren. Hij heeft om voorwaardelijke beëindiging van de tbs verzocht zodat beslissingen over meer vrijheden sneller kunnen worden genomen. Concreet is het verzoek om de behandeling van de verlenging van de tbs aan te houden voor de duur van drie maanden en opdracht te geven tot het laten opstellen van een reclasseringsrapport waarin over de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de tbs wordt geadviseerd. Veroordeelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.
Het oordeel van de rechtbank
Uit het onderliggende vonnis blijkt dat het indexdelict een geweldsmisdrijf tegen het leven betreft. De terbeschikkingstelling is dus niet in duur beperkt en kan worden verlengd.
De rechtbank leidt uit het verlengingsadvies en het verhandelde ter zitting af dat veroordeelde al een lange tijd stabiel functioneert en abstinent is van het gebruik van alcohol en drugs. Dit heeft geleid tot een afschaling van het beveiligingsniveau en een tot nu toe succesvolle overplaatsing naar de FPA in [plaats] . Weliswaar is in het verleden het stabiele functioneren een valkuil gebleken doordat aan veroordeelde te snel meer vrijheden werden toegekend, daarentegen blijft er bij een voorwaardelijke beëindiging van de tbs nog een strikt toezichthoudend kader overeind waarin de eventuele risicos kunnen worden beheerst.
De rechtbank ziet in het voorspoedige behandelverloop en veroordeelde zijn opstelling, waarin blijk wordt gegeven van ziektebesef, aanleiding om de weg naar een voorwaardelijke beëindiging van de tbs te beproeven. Zij zal overeenkomstig het voorstel van veroordeelde en diens raadsman beslissen.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:
- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met één jaar;
-
houdt met inachtneming van artikel 6:6:13, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering gelijktijdig de behandeling van de definitieve beslissing over de verlenging van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege aan voor de duur van drie maanden;
- geeft opdracht aan het Openbaar Ministerie tot het laten opstellen van een reclasseringsrapport waarin
over de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wordt geadviseerd.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.C. Koelman, voorzitter mr. H. van der Werff en
mr. K. Offerein-Hulshoff, rechters, bijgestaan door mr. J.K. Qiu, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 april 2026.
Mr. H. van der Werff en mr. K. Offerein-Hulshoff zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.