Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1568

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
LEE 26/983
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betaling griffierecht

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen om de aanvraag voor schulddienstverlening af te wijzen. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting en stelt vast dat het griffierecht van € 200,- niet binnen de gestelde termijn is betaald.

De griffier heeft verzoeker per aangetekende brief op 25 maart 2026 in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Deze brief is op 27 maart 2026 ontvangen. Verzoeker heeft wel contact gezocht met de griffier en een kopie van de nota opgevraagd, maar heeft het griffierecht tot op heden niet voldaan.

Omdat verzoeker geen verontschuldigbare reden heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt het verzoek niet inhoudelijk behandeld en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/983
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 april 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam 1 uit plaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
1.1.
Bij besluit van 22 januari 2026 heeft het college verzoeker toegelaten tot de schulddienstverlening van de gemeente Emmen. Met het bestreden besluit van 19 februari 2026 heeft het college de aanvraag voor een schuldregeling alsnog afgewezen, waarmee de toekenning van schulddienstverlening is komen te vervallen.
1.2.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. [1] De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [2] In een zaak als deze is het griffierecht € 200,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Heeft verzoeker het griffierecht tijdig betaald?
2.1.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 25 maart 2026 verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 27 maart 2026 om 11:20 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
2.2.
Verzoeker heeft op 7 april 2026 telefonisch contact gehad met de griffier. Vervolgens heeft verzoeker de griffier op 9 april 2026 per e-mail verzocht om een kopie van de nota griffierecht, omdat het origineel zoek was geraakt. Op 10 april 2026 is per e-mail een kopie van de nota aan verzoeker verzonden. Verzoeker heeft het griffierecht tot op heden niet betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
2.3.
Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Zodoende is niet gebleken dat dit verzuim verschoonbaar is.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van V.M. de Koning, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit doet zij met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.