Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:161

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
LEE 24/2996
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1 WnbArt. 15.53 OmgevingswetBeleidsregels Wet natuurbescherming provincie DrentheAanvullingswet natuur OmgevingswetWet natuurbescherming
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tegemoetkoming faunaschade door wolf na weigering veldbezoek taxateur

Eiser, een schapenhouder, diende een verzoek in voor tegemoetkoming faunaschade nadat een van zijn schapen vermoedelijk door een wolf was gedood. Verweerder weigerde tegemoetkoming toe te kennen omdat er geen veldbezoek had plaatsgevonden en geen DNA-monsters waren afgenomen, waardoor de oorzaak van de schade niet kon worden vastgesteld.

Eiser was het niet eens met deze afwijzing en voerde aan dat hij geen inspraak had bij de keuze van de taxateur en dat het taxatierapport zonder veldbezoek vreemd was. Verweerder stelde dat de weigering van eiser om medewerking te verlenen aan het veldbezoek ertoe leidde dat de schade niet kon worden vastgesteld en dat dit voor risico van eiser kwam.

De rechtbank oordeelde dat eiser geen inspraak heeft bij de aanwijzing van de taxateur en dat het oordeel van de taxateur noodzakelijk is voor een objectieve vaststelling van de schade. Omdat eiser niet meewerkte aan het veldbezoek, kon de schade niet worden vastgesteld en was het terecht dat de tegemoetkoming werd geweigerd.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Bastin op 7 januari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tegemoetkoming faunaschade wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van medewerking aan het veldbezoek van de taxateur.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/2996

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , h.o.d.n. [bedrijf] , uit [vestigingsplaats 1] , eiser

en

Gedeputeerde Staten van Drenthe, unitmanager van BIJ12-Faunazaken, verweerder

(gemachtigde: E.M. Reijnders).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser om een tegemoetkoming faunaschade in verband met het doden van zijn schaap door een wolf. Het verzoek is afgewezen, omdat er geen veldbezoek is geweest en geen DNA-monsters zijn afgenomen voorafgaand aan het taxatierapport en daarom volgens verweerder niet kon worden vastgesteld dat de wolf de veroorzaker van de schade is. Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het verzoek terecht is afgewezen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder het verzoek terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een schapenhouderij in [vestigingsplaats 2] met shropshire schapen.
2.1.
Eiser heeft op 18 januari 2023 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in vermoedelijke wolvenschade, aan een door hem gehouden schaap. Eiser constateerde schade op 18 januari 2023.
2.2.
Op 18 januari 2023 is er telefonisch contact geweest tussen eiser en [taxateur] over het maken van een afspraak voor het veldbezoek voor schadeopname. Dit veldbezoek heeft niet plaatsgevonden.
2.3.
Bij primair besluit van 5 december 2023 heeft verweerder aan eiser bericht geen tegemoetkoming te verlenen, aangezien de oorzaak en omvang van de schade niet is komen vast te staan.
2.4.
Met het bestreden besluit van 30 mei 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.
2.5.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.6.
De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, gemachtigde van verweerder en [taxateur]

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom destijds geen andere taxateur is gestuurd en dat [taxateur] niet zelf mocht beslissen dat hij de taxatie zou uitvoeren. Eiser vindt het vreemd dat er een taxatierapport is opgemaakt terwijl er geen veldbezoek heeft plaatsgevonden.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser in dit geval redelijkerwijs niet voor een tegemoetkoming in de schade in aanmerking komt. Gezien de weigering van eiser om de taxateur toe te laten voor een veldbezoek, acht verweerder het logisch en redelijk dat het niet-vaststellen van de schade (oorzaak en omvang) in dit geval voor rekening en risico van eiser blijft.
Overgangsrecht
5. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Uit het overgangsrecht dat bij die wet hoort vloeit voort dat op deze procedure het recht van toepassing is zoals dat gold voor 1 januari 2024.
5.1.
De rechtbank overweegt dat in artikel 6.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet natuurbescherming (Wnb) (nu: artikel 15.53 Omgevingswet) [1] is bepaald dat gedeputeerde staten in voorkomende gevallen een tegemoetkoming verlenen in schade, geleden in hun provincie, aangericht door natuurlijk in het wild levende dieren die worden genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn of de bijlage, onderdeel a, bij deze wet. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid slechts wordt verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden aangericht door dieren als bedoeld in het eerste lid, en die schade redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald. De wolf (canis lupus) is aangewezen in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn. Schade veroorzaakt door de wolf komt dus in beginsel voor tegemoetkoming in aanmerking.
5.2.
Aan de beoordelingsruimte die deze bepaling aan gedeputeerde staten overlaat [2] is nader invulling gegeven door middel van de Beleidsregel Wet natuurbescherming provincie Drenthe. [3] Uit deze beleidsregels (hoofdstuk 5 faunaschade) volgt, voor zover relevant, het volgende.
5.3.
In artikel 5.2 is bepaald dat de hoogte van de door één of meer natuurlijk in het wild levende beschermde diersoorten aangerichte schade en de schadeveroorzakende diersoort, zodra daaromtrent een definitief oordeel kan worden gegeven, door een taxateur wordt vastgesteld. De taxateur doet dat met inachtneming van de door BIJ12 vastgestelde taxatierichtlijnen.
5.4.
In artikel 5.6, onder t, is bepaald dat er geen tegemoetkoming wordt verleend indien, door handelingen of het nalaten daarvan door de aanvrager, de taxateur de schade niet meer kan taxeren.
Taxatierichtlijn
6. Voor het vaststellen van vermoedelijke schade door wolven heeft de directeur van BIJ12 in 2019 de Richtlijn taxatie en prijzen bij wolvenschade in de schapenhouderij vastgesteld, inclusief tabel met normwaarden (prijzen) van schapen. De richtlijn (inclusief prijstabel) is in 2023 geactualiseerd.
6.1.
De taxatierichtlijn is een uitvoeringsrichtlijn voor taxateurs. De richtlijn bevat de uitgangspunten voor de werkwijze bij het uitvoeren van taxaties en de waardebepaling van getroffen dieren, om te komen tot zorgvuldige eenduidige besluitvorming bij het verlenen van tegemoetkomingen in faunaschade (veeschade) door wolven.
Had verweerder het verzoek moeten toewijzen?
7. De rechtbank overweegt dat eiser geen inspraak heeft bij de aanwijzing van een taxateur. De rechtbank maakt hierbij een vergelijking met WIA-zaken. In het kader van de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) kan een verzekerde ook niet vrij een eigen keurend arts kiezen en wordt het oordeel van de aangewezen medisch deskundige als bindend en noodzakelijk voor de beoordeling van het recht op uitkering beschouwd. Op dezelfde manier is in faunaschadezaken het oordeel van de aangewezen taxateur noodzakelijk voor een objectieve vaststelling van de schade. Het ontbreken van medewerking van eiser aan de schadevaststelling door [taxateur] , maakt het niet mogelijk tegemoetkoming toe te kennen.
7.1.
Verweerder heeft op de zitting de feitelijke gang van zaken toegelicht. Na de melding en het telefoongesprek met eiser op 18 januari 2023, heeft een overleg plaatsgevonden tussen de taxateur, zijn teamleider en BIJ12. Hierbij is besloten dat het niet wenselijk en niet mogelijk was om een andere taxateur in te schakelen. Eisers stelling dat de taxateur niet bevoegd was om te beslissen dat hij zelf de taxatie zou uitvoeren, kan hem daarom niet baten. Verder heeft verweerder uitgelegd dat een taxateur op grond van beleid na een melding het schadegeval moet afhandelen door een rapport op te maken op basis van de beschikbare gegevens.
7.2.
De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat verweerder heeft gehandeld conform het geldende beleid en dat het verzoek om schadevergoeding terecht is afgewezen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Lenting, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe
5.2
Taxatie van de schade
1. De hoogte van de door één of meer natuurlijk in het wild levende beschermde diersoorten aangerichte schade en de schadeveroorzakende diersoort wordt, zodra daaromtrent een definitief oordeel kan worden gegeven, door de taxateur vastgesteld.
2. De taxateur stelt, met inachtneming van de door BIJ12 vastgestelde taxatierichtlijnen, van zijn bevindingen een rapport samen en ondertekent dat. De eindverantwoordelijke persoon van het bureau waarvoor de taxateur werkzaam is, parafeert het taxatierapport voor interne controle en zendt het taxatierapport aan BIJ12. Bij de eindtaxatie overhandigt de taxateur het formulier ‘bevestiging taxatie grondgebruiker’ aan de aanvrager of deponeert het bedoelde formulier in de brievenbus van de aanvrager of zendt dit per e-mail aan de aanvrager.
3. BIJ12 kan de taxateur vragen de reactie van de aanvrager van commentaar te voorzien. In dat geval zendt de taxateur dat commentaar zo spoedig mogelijk naar BIJ12. BIJ12 zendt een afschrift van dat commentaar aan de aanvrager.
5.6
Gevallen waarin geen tegemoetkoming wordt verleend In de volgende gevallen wordt geen tegemoetkoming verleend:
[…]
t. indien, door handelingen of het nalaten daarvan door de aanvrager, de taxateur de schade niet meer kan taxeren;
[…]
Richtlijn taxatie wolvenschade aan landbouwhuisdieren
Taxatie werkwijze
2. Als de melding, op basis van het gesprek met en foto's van de melder, redelijkerwijs doet vermoeden dat wolf niet uit te sluiten is, wordt zo snel mogelijk na de melding een taxateur gestuurd. Bij twijfel wordt ook een taxateur gestuurd. Geen taxateur wordt gestuurd als taxeren niet meer mogelijk of zinvol is; bijvoorbeeld als duidelijk is dat het een andere diersoort betreft (denk aan vos of hond) of als het gedode dier al te lang ligt waardoor een DNA-afname niet meer zinvol is. Het niet-langskomen door een taxateur gebeurt in overleg met de dierhouder.
2a. De taxateur legt de situatie ter plekke vast, zoals de vindplaats/locatie van het getroffen dier, verwondingen, eventuele sporen en dergelijke. Tevens noteert de taxateur of er wolfwerende maatregelen aanwezig waren zoals een deugdelijk raster, alsmede de kenmerken daarvan.
2b. De taxateur neemt (een) DNA-monster(s) af van het/de gedode/verwonde dier(en). Dit monster wordt door de taxateur voor analyse opgestuurd naar een door BIJ12 aangewezen laboratorium.
2c. De taxateur maakt een rapport van zijn bevindingen en stuurt het taxatierapport naar BIJ12. De dierhouder ontvangt een bevestiging taxatie.
3. Een tegemoetkoming wordt verleend als het landbouwhuisdier met zekerheid of zeer waarschijnlijk door een wolf is gedood.

Voetnoten

1.Per 1-1-2024 is de Wnb ingetrokken. Conform het overgangsrecht blijft de Wnb van toepassing op aanvragen ingediend voor 1-1-2024. (artikel 2.9, eerste lid, Aanvullingswet natuur Omgevingsrecht).
2.Memorie van toelichting Wet natuurbescherming, kamerstukken II, 2011-2012, 33 348, nr. 3, p. 211
3.Besluit van GS Drenthe van 20 december 2016 tot vaststelling van de Beleidsregel Wet natuurbescherming Drenthe; Prov. blad 2016, 6940. Versie geldend ten tijde van de aanvraag, januari 2023: bijlage 1.