ECLI:NL:RBNNE:2026:162
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden
Betrokkene kreeg een boete van €429 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 10 mei 2024 in Groningen. Betrokkene stelde in beroep dat zij geen telefoon vasthield maar een borstel, ondersteund door een verklaring van een mede-inzittende. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 14 januari 2026 werd het beroep behandeld. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant, die het opvallende rijgedrag en het vasthouden van een telefoon bevestigde, in beginsel voldoende bewijs vormt. Betrokkene had de mogelijkheid om tijdens de staandehouding aan te geven dat zij een borstel vasthield, maar deed dit niet. De verklaring van de mede-inzittende werd daarom terzijde gelegd.
De kantonrechter concludeerde dat de enkele ontkenning van betrokkene onvoldoende is om twijfel te zaaien over de verklaring van de verbalisant. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete blijft in stand. Vergoeding van reiskosten werd afgewezen. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.